is toegevoegd aan uw favorieten.

Twee vragen des tijds

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich niet de wetenschap bemoeide ; hoe zouden er dan in denzelfden tijd zulke tegenvoeters op godsdienstig gebied zich met dezelfde wetenschap kunnen bezig houden, gelijk

wij in werkelijkheid dagelijks waarnemen!

* *

*

Het derde punt, waarop ik het oog had, is, dat de leer van Christus door die beperking eene zeer gunstige positie inneemt met betrekking tot hare bewijsbaarheid, dat zij het stempel van Goddelijke openbaring duidelijk ten toon spreidt Afdoende bewijzen, in den zin zooals men dat gewoonlijk verstaat, kan men slechts dat, waarvan men de oorzaak kan blootleggen en wat men derhalve onder de wet van oorzaak en gevolg kan plaatsen; en dit geldt dus vooral van die stellingen, die men langs streng wiskundigen en logischen weg kan afleiden. Met zulke bewijzen heeft de leer van Christus niets te maken, ja zij kan en mag zulk eene bewijskracht met bezitten, wijl zij dan zich zelve niet zou wezen en met voor alle menschen zou zijn. Voor het Christendom bestaat er dus geen wetenschappelijk, maar alleen een historisch bewijs en bovendien een inwendig getuigenis des Heiligen Geestes.

De miskenning van dit hoogst belangrijk feit heeft aanleiding gegeven tot de dikwijls zoo hoog opgevijzelde tegenstelling tusschen geloof en wetenschap, eene tegenstelling die eigenlijk in 't geheel niet bestaat, zoodat men ook niet spreken kan van een strijd tusschen gelooven en weten gelijk zoo dikwijls ook in onzen tijd nog geschiedt. Deze vermenging en verwarring van begrippen zal niet eerder ophouden, voordat men duidelijk heeft leeren inzien, dat er bij het godsdienstig geloof geen sprake is van een' wetenschappelijk begrijpen, maar van een zedelijke daad.

Christus wendt zich met zijne woorden tot de ervaringen van ons innerlijk leven. Deze ervaringen vereischen tevens een daarvoor geschikt geestelijk orgaan; wanneer dit orgaan echter niet gebruikt en onderhouden wordt, kan het verslappen en gaan kwijnen, evenals volgens de natuurkundigen een lichamelijk orgaan, dat niet voor het bestemde doel gebruikt wordt, degenereert en achteruitgaat. Dat is ook de diepe beteekenis van de in Lukas 19 beschreven gelijkenis van de toevertrouwde ponden, en van de wondere woorden waarmede Christus deze gelijkenis besluit: „want ik zee u' dat een iegelijk, die heeft, zal gegeven worden; maar van