is toegevoegd aan uw favorieten.

Twee vragen des tijds

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verklaring bestaat, die wij evenwel nog niet kennen en misschien nooit zullen vinden.

Om duidelijk te maken, wat we hier bedoelen, zullen we eenige oogenblikken stil staan bij het teeken, door Jezus gedaan op de bruiloft te Ivana in Galilea. Hier werd water in wijn veranderd. Nu bestaat water, gelijk bekend is, uit twee elementen: waterstof en zuurstof, die volgens onz e tegenwoordige beschouwing niet in elkaar kunnen overgaan. In drinkwater is bovendien steeds koolstofdioxyde of koolzuur opgelost, en deze stof, die uit de grondstoffen koolstof en zuurstof is samengesteld, bevindt zich ook in de lucht, waarin voorts nog vele andere enkelvoudige en samengestelde lichamen voorkomen, die hier niets ter zake doen. De in Johannes 2 vers 6 vermelde steenen watervaten bevatten dus hoofdzakelijk de elementen koolstof, waterstof en zuurstof, en wel koolstofdeeltjes vooral in de lucht in en boven het water, en de beide andere stoffen als bestanddeelen van het water zelf.

De scheikunde leert verder, dat wijn in hoofdzaak bestaat uit alcohol en suiker, welke beide lichamen uit koolstof, waterstof en zuurstof ziju samengesteld. Dat wijn ook eene groote hoeveelheid water bevat, behoeft nauwelijks te worden opgemerkt. De planten, en dus ook de wijnstok, verkrijgen hunne koolstof uit de lucht, en de beide overige hoofdbestanddeelen: waterstof en zuurstof, uit het water; het is immers bekend, dat zij koolzuur en water in zetmeel en suiker omzetten. Door gisting ontstaat, zonder dat er nieuwe elementen bijkomen, uit suiker alcohol. Men kan dus zeggen, dat de planten — immers de gistbacterie is ook eene plant — in staat zijn, hoewel wij dat proces nog in geenen deele begrijpen, om uit koolstof, waterstof en zuurstof wijn te bereiden.

In de steenen watervaten van Kana waren, gelijk boven is uiteengezet, dezelfde elementen aanwezig. Kan men zich nu niet voorstellen, dat Christus, door wien alles gemaakt is en onderhouden wordt, door middel van ons onbekende natuurkrachten direct uit koolstof, waterstof en zuurstof wijn wist te maken, zonder dat daarbij de werkzaamheden van wijnstokken en gistcellen noodig waren ? Blijft het feit der verandering van lucht en water in wijn daarom voor ons minder een wonder? Zou het zelfs zoo geheel onmogelijk wezen, dat de mensch, die toch volgens Gods bevel de aarde