is toegevoegd aan uw favorieten.

Twee vragen des tijds

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schen, het droogleggen van moerassen, het inpolderen van gedeelten der zee, het graven van kanalen en het wijzigen van den loop der rivieren.

Wanneer men eene rivier gadeslaat, schijnt het ondenkbaar, dat deze binnen korten tijd haren loop geheel zou veranderen. Nu komt de mensch, wikt en weegt, meet en overdenkt, en dwingt den stroom zijne natuurlijke bedding te verlaten en een nieuwen weg te volgen, die hem door den mensch wordt voorgeschreven. Zulk eene plotselinge wijziging, zulk eene onverwachte richtingsverandering deirivier heeft voor een niet-ingewijde iets onbegrijpelijks, iets bovennatuurlijks; het is hem een wonder. Niet minder wonderbaar schijnt het, dat de mensch stralen heeft ontdekt, die hem in staat stellen dwars door het lichaam van een ander heen te zien, en dat hij b.v. photographieën kan vervaardigen van de beenderen in zijne hand en van voorwerpen in eene ondoorzichtige gesloten doos.

Welnu, indien reeds de mensch zulke wonderbare dingen kan verrichten, dan is het voorzeker dwaas, om te gelooven in een God, die de schepper en onderhouder der wereld is, en niet eens de macht zou bezitten, om in het raderwerk der natuur in te grijpen en daarin wijzigingen aan te brengen. Men maakt dan eigenlijk geen ernst met de almacht Gods, en schrijft hem slechts op zijn hóógst of misschien nog niet eens een merschelijk vermogen toe.

Dikwijls echter gaan de wonderen van Christus gepaard met eene algeheele opheffing of omkeering der natuurwetten, gelijk zulks o.a. het geval is bij de spijziging der vijfduizend (Markus 6 vers 35—44) en der vierduizend (Markus 8 vers 1—9); bij de opwekking van het twaalfjarig dochtertje van Jairus, den overste der synagoge (Markus 5 vers 22—43);

van den zoon eener weduwe te Naïn (Lukas 7 vers 11 17)

en bij de opwekking van Lazarus van Bethanië (Johannes 11). Vooral zulke wonderen zijn, evenals het scheppingswonder, een overweldigend uitvloeisel, eene buitengewone openbaring van de Goddelijke almacht van het Woord Gods.

Al die wonderen zijn ons een teeken van de Goddelijke zending en van de Goddelijke natuur van Christus, die alles doet wat de Vader doet, „want gelijk de Vader de dooden opwekt en levend maakt, alzoo maakt ook de Zoon levend die hij wil (Johannes 5 vers 21). Het is ons in dit leven niet mogelijk, ons de verschijning van Christus op aarde goed