Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den beginne in de volkstaal gelezen hadden: „Christus wilt hier, dat men gheen mensche om eenich onghelove, dwelc quaet ende oncruyt is, doden noch branden en sal, ende dat men die laten zal wasschen totten oochst, dat is haerder doot, alsoe God belieft" 79): — onze kerkmannen brachten haar als stadsbestuurders onverwijld in beoefening. Ze gunden niet alleen aan Lutherschen en Doopsgezinden de noodige vrijheid om te groeien, maar zagen zelfs door de vingers, dat de Roomschen in stilte vergaderden. De vrijheid die zij voor zichzelven hadden begeerd, gaven zij, zooveel doenlijk, aan anderen, zonder eenige weerwraak te oefenen. Zij wilden God dienen naar het licht, hun geschonken; en juist daarom te meer dachten zij er niet aan, al de Protestanten, gezwegen van de Roomschen, binnen één kerkverband op te sluiten. Om des gewetens wille moest de bestaande scheiding gehandhaafd, maar ook om des gewetens wille elke gemeente bediend worden naar hare behoeften, kenbaar uit hare belijdenisschriften of uit de oorkonden van hare geschiedenis; de eerbied voor het geweten verbood evenzeer onbeperkte leervrijheid als vereeniging van het ongelijksoortige. Zelfs het verschil in taal was voldoende, om een afzonderlijk bestuur en een afzonderlijke eeredienst in het leven te roepen. De leeraar der Waalsche broeders, die in geloof één waren met de „Duitsche", werd bij kerkeraadsbesluit van den 29sten Juli, wel tot het bijwonen van de vergaderingen uitgenoodigd, doch reeds den 4den Februari 1579 besloten, „bij mijne Heeren de Burgemeesteren te supplieeren om synt Oloffs-kapel voor de Walschen" 80). Op denzelfden grond werd later, 12 September, volgens Art. 55 (33) van de des voorgaanden

Sluiten