is toegevoegd aan uw favorieten.

Het juk der tweede hiërarchie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meerdere hoogheid, maar alleen in meerdere talrijkheid; wat de hoogheid betreft, werd uitdrukkelijk uitgesproken, dat juist de Kerkeraad boven de Classe stond en de Classe weêr boven de Synode.

En wanneer eindelijk beweerd wordt, dat juist nu de gemeente tot haar recht en vrijheid gekomen is, omdat thans het stemrecht algemeen is gemaakt, dan wordt ganschelijk uit het oog verloren, dat dat enkel schijn is en juist ten bate komt van de hiërarchie. Het is niet geschied, voordat, tengevolge van de lang beschermde leervrijheid, de eigenlijke gemeente in de minderheid was gekomen. Of zij hier en daar al eene meerderheid heeft, kan haar toch niet baten; ja, dat kan niet, al had zij die overal; want zij is gebonden aan predikanten, die door onderwijs en proponentsformule zeiven reeds bewerkt en verbonden zijn; en op allerlei wijze is er voor gezorgd, dat zelfs alle gemeenten samen tegenover de predikanten toch machteloos zijn. Ook is zelfs dat stemrecht steeds afhankelijk van de machthebbers zeiven ; en dan niet alleeu doordat het wettelijk kan ontnomen worden, maar ook doordat het bij wijze van kerkelijke staatsgreep kan worden ter zijde gesteld: juist het laatste jaar heeft ook dat aan het licht gebracht, door hetgeen zonder eenigen hinder met de Amsterdamsche Kerk is gedaan.

O! dat toch al onze kerken daarvoor eenig oog mochten krijgen! Dat toch algemeen mocht erkend en gevoeld worden, hoe verderfelijk zulk een toestand is! Dat het iederen geloovige toch met ernst mocht ter harte gaan, wanneer onzen Koning door zijn eigen dienaars naaide kroon wordt gestoken; wanneer zijn gezag en zyn Woord in zijn eigen Koningrijk niet meer geldt; en wanneer zijn lichaam, voorzooveel dat aan menschen hangt, wordt mishandeld, verminkt en vermoord.

Ja! het is de Synodale hiërarchie, die zich aan dien gruwel schuldig maakt. Maar gij allen, leden van die kerken die aan haar nog verbonden zijn, het geschiedt toch ook van uwentwege ; ook in uw naam.

En wat dan te dien aanzien uwe roeping is ? O! als God u de oogen geopend heeft, dan behoeft dat eigenlijk geene aanwijzing meer. Ge kunt dan niet zwijgen en toezien. Diep verootmoedigd over eigene ontrouw en schuld, kunt ge met die zonde dan geen vrede hebben. De conscientie dringt dan, om er mêe te breken, allereerst door een openlijk getuigenis. En van ganscher harte neemt gij de verklaring dan over, die u in de Eerste Resolutie wordt voorgesteld.