is toegevoegd aan uw favorieten.

Het juk der tweede hiërarchie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de besturen te hebben uitgedoofd. Het reglement veroorlooft alles, dus is alles geoorloofd. Men zag niet in, dat ook bij die gewenschte uitkomst de wortel des kwaads bleef; dat bestuursmacht het zedelijke gezag der Kerk bleef vervangen; dat de overwinning, even als thans, slechts met behulp van den sterken arm verkrijgbaar was; en dat onder dit alles de Koning der Kerk niet in Zijne eere hersteld werd.

Onder de werking van dit vrijheidlievend-waarheiddoodend kiesstelsel moest de strijd in de gemeente noodwendig in een partijstrijd ontaarden, waarin beurtelings de een den ander, met of zonder het gebruik maken van min eerlijke middelen, versloeg. Meer dan ooit achtte ieder zich tot het uitspreken van eigen oordeel en het volgen van eigen inzicht, ook in de dingen die buiten zijne bevatting lagen, bevoegd en gerechtigd. De onverschilligheid en de spraakverwarring namen hand over hand toe, en de Kerk, inplaats van zich harer roeping, om door woord en daad haren Heer te belijden, dieper bewust te worden, verliep steeds meer in een disputeergezelschap, waarin elkeen alles, zelfs het bestaan van God, mocht betwijfelen en ontkennen.

Mag met dankbaarheid worden herinnerd, dat de Heer der Gemeente steeds meerdere mannen, krachtig ter tale, verwekt heeft, om der gemeente het Godonteerende van dezen kerkelijken toestand te doen gevoelen ; daar tegenover moet helaas! met smart worden beleden, dat vaak, zeer vaak nog de onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan den Heer der Keik afhankelijk wordt gemaakt van het behoud van Kerkegoed en tractement. Niet alsof de poging afkeuring verdiende, om het goed, dat der belijdende Kerk toekomt, ook voor die Kerk te bewaren; niet alsof eene afzetting van leeraren en opzieners, wegens hunne poging om het hun toevertrouwde goed te bewaren voor hen, die zij in gemoede en behoudens het oordeel des burgerlijken rechters voor de eigenaars daarvan hielden, ook maar eenigszins te verdedigen ware. Maar het mag niet worden ontkend, dat lang, veel te lang het zich onttrekken aan een ongoddelijk bestuur afhankelijk is gesteld van de vraag, wien de goederen zouden volgen. Liever bij de kerkgebouwen zonder Christus, dan bij Christus, zonder geld en goed, gesmaad door de menschen, niet gevolgd door de grooten der aarde.

Mocht dat? Zal de Heer der Gemeente niet met recht ons vragen . heb Ik al dezen smaad, heb Ik al deze ellende aan u verdiend ? Heb Ik, toen gij stondt tegenover eene andere, door machtige Poten-