is toegevoegd aan uw favorieten.

Ons godsdienst-onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In antwoord op deze vraag spreek ik als mijn overtuiging uit, dat het godsdienst-onderwijs, zooah wij het van de vaderen geërfd hebben, in geen enkel opzicht bijna beantwoordt aan de behoeften van onzen tijd. Noch van de zijde der leermeesters, noch van die der discipelen mag het waarlijk onderwijs heeten. Ik spreek in het algemeen, zonder ten nadeele van loffelijke uitzonderingen of van prijzenswaarde onderdeelen van het groot geheel iets te zeggen.

De volgende bladzijden mogen mijn bewering rechtvaardigen.

Een eerste grieve mag aldus geformuleerd worden:

De godsdienst-onderwijzers hebben geen tijd om over te beschikken voor hunne leerlingen.

Deskundigen beweren, dat geen klasse meer dan 30, hoogstens 40 leerlingen mag tellen, zal het onderwijs niet gevaar loopen er onder te lijden of minder vruchten te dragen. Het verschil van leeftijd en ontwikkeling moet daarenboven in acht genomen worden. Ook dient men tusschen lager, middelbaar en hooger onderwijs te onderscheiden. Stel dat het lager onderwijs omstreeks het 10de jaar begint. In elke gemeente is steeds een groot getal leerlingen, die door hun maatschappelijke betrekking verhinderd worden het lager onderwijs ooit te boven te komen, 'tzij