is toegevoegd aan uw favorieten.

Open Brief aan Professor Dr. A. Kuyper, in zake het ambt der overheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarde Professor, ik protesteer niet met U. Wel denk ik, ofschoon ik volstrekt niet ziekelijk teergevoelig ben: het is om van te rillen, als ik my voorstel, dat alle godloochenaars en alle modernen en groningers opgehangen worden; maar zulk eene voorstelling is evenwel niet te vergelijken bij de straf, die van God gedreigd wordt aan alle verloochenaars en bestrijders van den Christus Gods. De voorstelling van deze eeuwige straf ontroert, ontzet mij onuitsprekelijk meer.

Maar ik ga U reden geven, waarom ik volstrekt niet treden kan in uw advies, om tegen de bedoelde zinsnede van art. 36 te protesteeren.

Vooreerst, uwe redeneering heeft bij mij geen ingang. Waarom niet? Gij beroept U, tot verklaring van de zinsnede in art. 36, op het gebeurde met Servet in de zestiende eeuw, en wilt op grond van die verklaring dat, volgens de bedoelde zinsnede, alle de tegenwoordige godloochenaars, en alle modernen en groningers om hals gebracht moeten worden. Hier zie ik eene groote verwarring van begrippen: ongelijksoortige zaken worden, als waren zij gelijksoortig, met elkander vergeleken. Laat mij tot verduidelijking voor de lezers, van dezen brief zeggen: had ik geleefd tijdens het rechtsgeding van Servet, ik zou mij ook in deze zaak, denk ik, aan de zijde van Calvijn, Melanchton en al die uitnemende mannen geschaard hebben. Die mannen hebben echter niet gezegd, dat allen, die dwaalden in hunne leerbegrippen, zooals alle tegenwoordige godloochenaars, alle modernen en groningers, moesten gedood worden. Wèl hebben zij het doodvonnis van Servet, ofschoon niet allen de wijze van uitvoering van dat doodvonnis, goedgekeurd. Waarom? Servet was een openbare, hardnekkige, boosaardige, overgegevene godslasteraar. Zelfs de toenmaals heerschende