is toegevoegd aan uw favorieten.

De molenaar van Heinsdijk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV.

Getrouw tot in den dood.

Weer waren enkele weken voorbijgegaan. Jan de Grave zuchtte nog altijd in den kerker en zag met een heilig verlangen uit naar de verlossing zijns lichaams, naar de aanneming in het openbaar tot een kind Gods. Nogmaals zou hij voor zijne rechters moeten verschijnen om rekenschap van zijn geloof te geven.

De Inquisiteur van Vlaanderen, Petrus Titelman, was op uitnoodiging van de priesters te Hulst verschenen, om door zijne tegenwoordigheid de zaak tot een gewenscht einde te brengen. Luide klachten waren er reeds gehoord over de onmenschelijke wreedheid, den gevangene aangedaan, en niet zonder grond vreesden de rechters, dat de woede des volks tot eene uitbarsting zou komen, wanneer men voortging hem te kwellen.

Tegen den namiddag van den 22sten Januari werd de Grave naar de herberg „de Zwaan" geleid, waar de Schout en zijne dienaren, benevens de burgemeester en de beambten van Hulster-Ambacht, vergaderd waren.

De molenaar gevoelde zich zwak en hulpeloos, maar zijn vertrouwen bleef gevestigd op Hem, Die zijne sterkte was.