Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tegenwerping. Maar ik heb een hart zoo hard als steen.

Antwoord. Wel, dit toont dat gij een groote zondaar zijt.

Tegenw. Maar mijn hart staat altijd tegen de Heere op.

Antw. Wel, dat bewijst maar, dat gij een groote zondaar zijt.

Tegenw. Maar ik ben buitengewoon goddeloos geweest.

Antw. Gaat gij dan maar bij de grootste zondaar staan.

Tegenw. Maar ik ben grijs geworden in den weg der ongerechtigheid.

Antw. Welnu, rangschikt uzelven onder de grootsten.

Tegenw. Maar ik heb niet alleen een slecht hart, maar een slecht leven geleid.

Antw. Wel sta dan toch maar bij hen, die de grootste zondaars genoemd worden.

Tegenw. En wat dan?

Antw. Want de tekst begrijpt er u allen onder, gij kunt uzelven niet erger voorstellen dan gij in den tekst omschreven wordt. De tekst heeft eene bijzondere boodschap aan den grootsten der zondaren. Ik zeg het, hij begrijpt er u allen onder.

Tegenw. Maar ik ben een verworpeling.

Antw. Nu spreekt gij als een dwaas, en van datgene wat gij niet verstaat, er is geene zonde behalve de zonden van volstrekte hardnekkigheid, die iemand tot een verworpeling kan maken. Ik ben zeker, dat gij zoover niet vervoerd zijt, daarom verstaat gij niet, wat gij zegt, en maakt ongegronde besluiten bij uzelven. Zeg, dat gij een zondaar zijt, en ik zal het met u eens zijn; zeg dat gij een groot zondaar zijt, en ik zal er in toestemmen; ja zeg, dat gij een der grootste zondaren zijt, zeg al, wat gij er van zeggen kunt, en dan gaat de tekst nog verder en is nog tusschen u en de hel, „beginnende te Jeruzalem". Hij lacht u nog toe, en gij spreekt als of gij een verworpeling zijt, en dat uwe groote zonden u daar de bewijzen van geven, daar zij van Jeruzalem nog niet eens verworpelingen waren, wier zonden, durf ik zeggen zoo groot waren dat het u volkomen onmogelijk zoude zijn grootere te bedrijven, of het zou nu moeten zijn, nadat gij over-

Sluiten