is toegevoegd aan uw favorieten.

De merkwaardigste lotgevallen van het leven en sterven van den weleerwaarden en zaligen heer Petrus van der Velden, leeraar in de Hervormde Gemeente te Lekkerland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

konde zijn, omdat het nog geen tien uren was; dacht dat haar man ijlde, en zeide: „Kind! hebt gij ook gedroomd? daar wordt niet gezongen!" „Niet!" z«ide hij, „hoor dan maar eens, het duurt zelfs nog, en het is veel liefelijker dan in de kerk". Zij zeide: „zijt gij oojk bedwelmd?" Och neen!" zeide hij, „hebt gij daar niet zitten lezen? ik heb u de bladeren hooren omslaan." „Wel man;!" zeide zij: „dan geloof ik dat de Heere u verwaardigt met eenige voorsmaken van het hemelsche halleluja! dat gij eerlang voor den troon zult zingen!" Toen vroeg hij met groote verwondering, „zou dat sterven wezen 1 zou de scheiding van de ziel en ligchaam zoo gemakkelijk gaan ? ik moet nu haast gelooven dat de Heere mij zal wegnemen, laat mijne kinderen hier komen;" (dewelke daags te voren van Rotterdam en elders waren te huis gekomen;) toen zij voor zijn bed kwamjen, bad hij voor ieder eenen zegen, en in het bijzonder zegende hij zijn oudsten zoon Joh arme s die te Rotterdam woonachtig en getrouwd was, en ook kinderen had; en toen zochi hij zijne vrouw te trooslten, bevelende haar aan de zorgen van haren hemelschen Vader; dit gedaan zijnde, bleef hij stil liggen, en ontsliep des namiddags in zijn eeuwig! verbonds God. Toen zijn Eerw. gestorven was, bragten de kinderen hunne moeder de kamer uit; zij was door vasten en schreijen afgesloofd, dat zij bijna niet wist dat zij uit het vertrek gebragt was; toen zij eenige stilte genoten had, kwam zij weder tbit zich zeiven, en zeide tegen hare kinderen: „Nu moet ik mijn man nog eens zien, mij dunk God zal die liefde band tusschen mij en hem gelegd, weder los maken."

De kinderen zochten haar dit afteraden, doch zij zeide: „Ik moet hem zien, vreest voor mij niet, ik zal tevreden zijn als ik hem nog maar eens gezien heb." Daarop bragten zij haar in bet vertrek van zijn Ele/w., hij lag met een vrolijk gelaat op het bedj zij bleef hem eenigen itijd beschouwen in diepe bvierdenknig, en toen was het alsof hij haar aansprak: Mijn liefste! nu rust mijn vleesch in hope, misgun mij toch niet mijn geluk dat mijn ziel gesmet voor den troon Gods en des Lams ;" ien tDen gevoelde zij ontbinding aan harten man, en het was alsof de Heere haar van haar man losmaakte; zij kreeg te bes«houwen