is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over Hosea 11: 4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrienden en magen, van allerhande schade en verlies van goederen en middelen, van nadeel in zijne eer en in zijnen goeden naam, van haat, vervolging en onderdrukking van vijanden, van ontrouw van vrienden, en menig ander zwaar kruis, dat hij moet dragen. 5). Een ander heeft een slechte gezondheid; Mj is blind of doof, of kreupel of lam; of hij gaat gebukt onder zware pijnen, ziekte, koortsen, accidenten en wonden, of andere lichaamskwalen, waaraan hij veel van zijne inkomsten besteedt en nochtans niet geholpen kan worden. 6). Velen liggen steeds als te drijven en te dobberen in eene wijde zee van angstige zorgen en bekommernissen, die voortspruiten uit een lastig beroep, uit eene zware huishouding, uit eene sobere kostwinning, uit harden en slaafschen arbeid, uit ongemakkelijke dienten; zij weten niet, hoe zij er nog doorheen zullen komen; zij verteren ziel en lichaam alleen van onrust, en doorsteken zich zeiven dagelijks met smarten. 7). Eenigen gaan daarhenen en worden droevig gepijnigd door een altijd wroegende en knagende worm des gewetens. Zij stellen zich zeiven wel zoo vergenoegd aan als zij maar kunnen; zij pronken en steken het hoofd moedig in de lucht; zij zijn vroolijk in de gezelschappen, en lachen en praten met anderen mede ; zij weten het fatsoen van de wereld bijzonder wel te bewaren, maar als zij des avonds in de stille eenzaamheid komen, dan vinden zij hun geweten met zonden beladen, dan durven zij hunne knieën nauwelijks buigen tot het gebed, naardien hun eigen gemoed hen beschuldigt, dat het toch maar huichelen en spotten met God is. 8). Een ander beeft veeltijds voor den dood en siddert voor de hel. O dood! o dood! wat zijt gij niet een nare kwellende gedachte voor de geruste slaven des satans! Konden zij uwe gedachtenis maar uit hunne harten bannen, zij hadden dan nog menig vroolijk uur op de wereld, hetwelk zij nu moeten missen. 9). Sommigen zijn diep ingewikkeld in de wegen, omstandigheden, verbintenissen enz., waaruit voor hen niet dan nare kwellingen, gedurig hartzeer en verdriet geboren worden. En het-

Verhandeling 3