is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over Hosea 11: 4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Zijne genade wel schenken, evenals Hij aan de ware geloovigen doet", enz. Dit droevig juk des ongeloofs houdt hen buiten de genade. Zij komen ook niet in de stalling of in de grazige weiden des Evangelies. O neen! ofschoon zij ook lidmaten van Christus' Kerk zijn mogen, en uitwendig met de ware geloovigen onder dezelfde heilige ordonnantiën verkeeren, en met hen de zelfde voorrechten en instellingen genieten, ja ook met hen aan het Heilig Avondmaal gaan, nevens hunne zijde aanzitten aan ééne bondstafel, en één brood en wijn ontvangen: het gaat met hen nochtans zooals de Profeet zegt, of liever de Heere zelf: „Ziet, Mijne knechten zullen eten, doch gijlieden zult hongeren; ziet, Mijne knechten zullen drinken, doch gijlieden zult dorsten; ziet, Mijne knechten zullen blijde zijn; doch gijlieden zult beschaamd zijn," Jes. 65:13. O droevig onderscheid! In één woord, er is voor een mensch, die nog leeft in het ongeloof en die nog gebonden gaat onder het juk des satans, niet de allerminste ware rust of geestelijke verkwikking met het manna der zaligheid; het is voor dezulken nog een manna, dat verborgen is, Openb. 2:17. Het Evangelie is hun bedekt, 2 Cor. 4:3; het juk der blindheid en des ongeloofs sluit het alles voor hen toe. Te vergeefs verkwikken zij zich zeiven met de genietingen dezer wereld, met eene valsche hoop, met een waangeloof, met ijdele overleggingen en menigerhande satansbedriegerijen; want het zijn altemaal slechts aangename inbeeldingen en zoete droomen; als hunne zielen na eenen korten tijd zullen ontwaken, dan zullen zij gansch ledig en beschaamd zijn, Jes. 29 : 8. Och, werden deze dingen door de menschen toch eens recht bedacht! Behaagde het den ontfermenden Heere Jezus Christus, om daarin al den Zijnen nog eens recht licht te geven!

Hier .zien wij dan, in welk een droevigen staat zij allen zijn, die nog leven buiten de zalige gemeenschap van Christus. Wat kan er toch erger bedacht worden, dan een gebondene des satans te zijn, en het helsche juk nog te moeten dragen? O ellendige zondaar of zon-