Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een eind te maken aan een toestand, die verderfelijk dreigde te worden voor je ziel. Het zal je wellicht gesmart hebben aardsche banden te hebben moeten verbreken, maar God leidt a'les ten goede en wij moeten ons tijdelijk leven met zijn rampen en zijn fouten, al onze handelingen zien „sub specie aeternitatis" en bedenken, dat wij als verdoemelijke zondaren al het leed verdienen en dat onze Zaligmaker onverdiend voor ons geleden heeft".

Jan boog zijn hoofd ten teeken van instemming, maar was toch blij, toen hij weer op straat stond; hij besloot nog even bij Katharina aan te loopen, want ondanks de gemoedsrust, waarin hij zich nu verheugde, waardoor hij kind des hemels was geworden, verlangde hij veel en veel meer naar een hartstochtelijken zoen van Katharina dan naar een zedepreek van den pastoor, al was die nog zoo heilzaam voor eijn onsterfelijke ziel.

En eenige dagen later ging hij naar een advocaat, een Roomschen natuurlijk, gelijk hij nu weer zijn scheerzeep kocht bij een Roomschen winkelier en zijn schoenen liet herstellen bij een Roomschen schoenmaker, om hem te vragen zich in verbinding te stellen met de vrouw, met wie hij burgerlijk gehuwd was, teneinde te komen tot ontbinding van het huwelijk. De advocaat liet zich het heele geval uitleggen en zeide toen het volkomen als zijn plicht te beschouwen er toe mede te werken, dat deze voor de Kerk ontoelaatbare verbintenis vernietigd werd. Slechts vroeg hij of meneer van Rom er bezwaar tegen had, dat die vrouw eventueel als eischeres optrad en hij als gedaagde; men moest altijd galant blijven, voegde hij er lachend aan toe en van Rom, die toen ook iets geestigs wilde zeggen, vroeg of dat verschil maakte in de kosten, die hij te betalen had. Lachend namen de heeren afscheid van elkaar.

IX.

Op een middag dat Greetje met haar jongen zat te spelen, kwam er een brief van een advocaat. Ze schrok hevig, opende

Sluiten