Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaartal gevoegd zijn. Sedert meer dan 1000 jaren is zij echter nergens meer nuttig of noodig voor.

In onzen Almanak is eindelijk ook nog aangeteekend de Juliaansche Periode, niet naar Julius César en zijn' Kalender, maar naar Julius Scaliger, als uitvinder er van, dus genoemd. Zij begint met een denkbeeldig jaar, dat te gelijk het begin was van den Zonnecirkel, den Maancirkel en de Romeinsche Indictie. Dit jaar 1 vond men 4713 vóór Christus. Het keert, van daar af gerekend, eerst na ('28 x 19 X 15 —) 7980 jaren, dus in het toekomstige jaar 3267, terug. Daarom noemt men ons tegenwoordig jaar het (4713 + 1873) 6586ste der Juliaansche Periode. Deze rekening heeft echter te minder nut, omdat er de Indictie bij opgenomen is, die met zon noch maan iets te maken heeft.

21.

DE DIERENRIEM.

»Zie zoo ! nu zijn wij er toch achter, en verstaan den ouden Almanak." — Wacht een beetje, jongens ! wij zijn er nog niet. Ik spreek nu nog niet eens van al de kermissen en paardenmarkten: want ieder heeft doorgaans aan zijn eigen kermis genoeg; en die weet gij toch wel! Ook laat ik de vaste heilige dagen rusten: die behooren in de kerk te huis. Maar van zon en maan zijn wij nog niet af, al weten wij er iets van.

Sluiten