is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige opmerkingen naar aanleiding van de ingediende Wet op het Lager Onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sfblïothöoii

t. d. v. h.

Christeink Onderwijs,

lager onderwijs zal men aan een ander deel middelbaar onderwijs gaan verstrekken; ten einde hef middelbaar onderwijs, waarvoor ons volk tot nog toe geen bijzondere voorliefde heeft betoond, in de oogen des volks te verheffen, en dit toch voordeel te laten trekken van de ontzaggelijke sommen gelds, die het der natie kost. — Maar wat men ook nog doe, of doen wil, zoolang men niet voor iedere betrekking, ook die van adspirant-surnumerair voor eenig kantoor of ambacht, de overlegging eischt van het diploma, dat men een cursus van middelbaar onderwijs gevolgd, bijgewoond, misschien ook wel met vrucht genoten heeft, — zoolang zal drie kwart minstens der natie van dat middelbaar onderwijs niet willen gediend zijn. Of zij hierin gelijk zullen hebben of niet, zal ik niet 'beoordeelen; en zal ook grootendeels afhangen van de nieuwe bepalingen, die men voor het middelbaar onderwijs maken zal.

Maar keeren wij tot de lagere school terug, 't Is haar taak den toekomstigen burger, in hoogeren of lageren, zelfs den alloilaagsten stand, die dingen te leeren, die hij voor zijn maatschappelijk leven — welk zijn beroep ook zij — weten moet. Hij moet leeren lezen, schrijven en rekenen. hezen, evenmin machinaal als, in de schoolwereld zoogenoemd , kunstmatig; maar lezen, zoodat hij begrijpt wat hij leest: leeren denken bij wat hij leest, en zich rekenschap geven van t geen hij leest. Begrijpt hij wat hij leest, en is hij in staat in zijn eigen woorden weer te geven wat hij gelezen heeft, dan is hij tot op zekere hoogte zijne taal reeds machtig. Dat op weinig scholen zoo 't lezen wordt geleerd, geef ik gaarne toe. Jongens van 13 en 14 jaar, niet slechts uit den geringen stand, maar uit de hoogste standen der maatschappij, geven te vaak de bewijzen, dat zij het niet zoo hebben geleerd. Maar dit neemt niet weg, dat het zoo moet geleerd worden. En dit leeren kost tijd, veel meer tijd, dan er tegenwoordig aan besteed wordt, aan besteed kan worden. En wat bewijst dit niet kunnen wel?

Hij moet leeren s c h r ij v e n: wat het machinale aangaat, eene