Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Summa .summarum. Naar mijne overtuiging heeft de Minister een voortreffelijk werk gedaan, door de vormleer te schrappen. Moge nu maar geen lid der Tweede Kamer trachten ze bij amendement weer in de wet te brengen, voordat hij de boekjes over vormleer voor 't Lager Onderwijs in Nederland geschreven behoorlijk hebbe doorgezien, en dan — gedachtig aan 't groot of klein mathesis-examen door Z.Hg.EdelGestr. in der tijd aan de Academie gedaan, — van 't nut der vormleer, als v o r mleer, overtuigd zij.

Van deze laatsten een paar staaltjes nog uit den nienwsten tijd. — Maai' men kan ieder nummer van de Wekker gerustelijk opnemen, waarin examen-programs zijn opgegeven, om zich te overtuigen, dat ik niet naar iets sprekends heb gezocht.

In de Wekker van 3 Januari 77 lees ik, dat op het vergelijkend examen te Akersloot voor de Vormleer de twee volgende vragen werden gedaan. 1°. Een onregelmatig lichaam wordt begrensd door driehoeken, vierhoeken, vijfhoeken en zeshoeken. Toon eens aan, dat het aantal driehoeken en vijfhoeken te zamen een even getal is. 2°. Hoeveel lichaams-diagonalen kan men in een regelmatig twintigvlak trekken. — Ik maak mij sterk, dat zeven tienden van de Schoolopzieners en Inspecteurs, zeven tienden van de Leden der Kamer, zeven tienden van de Professoren onzes lands (die te Delft en in de Philosophie niet meegerekend), het antwoord op deze vragen zouden schuldig blijven: en ik ben overtuigd dat 1'estalozzi als hij zag, hoe men zijne Vormleer ontwikkeld had, zou vragen of men onzinnig was geworden. — En deze vragen werden gedaan aan de sollicitanten op het vergelijkend examen te Akersloot, in het «esde district van N. Holland. Uit wiens koker die vragen vloeiden, uit dien van denWelEdel. Heer Luijmes Schoolopziener in dat district, of uit die der H.H. Zeilmaker en Franken, respectivelijk hoofdonderwijzers te Alkmaar en te Bergen, is uit de aankondiging niet merkbaar. — Aan de sollicitanten naar de betrekking van hoofdonderwijzeres aan de openbare school voor meer uitgebreid lager onderwijs te Gouda werd voor Vormleer de vraag opgegeven: Maak een driehoek van gelijken inhoud als de som van drie driehoeken van ongelijke hoogte (Wekker van 8 Dec. 11.). Deze vraag is, naarmate men met het niet opgegevene wil rondspringen, gemakkelijk of zeer lastig. Maar zelfs in het gemakkelijkste geval vooronderstelt zij de kennis voor de inhondsbepaling van een driehoek: en die kan toch wel niet in de Vormleer, maar wel in de Meetkunde geleerd worden. Op het vergelijkend examen te Oude Schans, gemeente Bellingwolde, werden den 10*«" of 114™ Novem. 11. (Zie Wekker van 29 Nov.) de volgende vragen voor de Vormleer gedaan: 1°. Teeken een regelmatigen vijfhoek en zeshoek en toon aan op welke verschillende wijzen deze symmetrisch kunnen worden verdeeld en welke figuren daardoor ontstaan. 2°. Wat verstaat men door omwentelingslichamen, en welke' lichamen ontstaan er, als een recht-

Sluiten