is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige opmerkingen naar aanleiding van de ingediende Wet op het Lager Onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nagelaten, te onderzoeken, of hij Onderwijzer is. Maar 't is waar, ce qvion comprend bien , s'explique aisément. Dit had ik vergeten.

Maar nu de vergelijkende examens. Zij schijnen ontstaan te zijn uit de edele begeerte, om toch voor iedere betrekking in het ouderwijs den knapsten man uit de sollicitanten te krijgen. Maar ik kan de gedachte niet van mij afzetten, dat zij eigenlijk niets anders zijn dan een onderzoek, of de sollicitanten ook 't een of ander van den ballast, die hun den noodigen diepgang voor de acte-examens heeft gegeven, over booid hebben geworpen, of wel nog meer ballast hebben ingenomen, en dus den diepgang vermeerderd. Ik wil eens heel openhartig zijn, met de hoop dat de ijveraars voor vergelijkende examens, zoo zij namoljjk ooit examens gedaan hebben, eens tot zich zeiven inkeeren, en vragen hoe het met hen wel gesteld is. Ik heb verscheidene examens gedaan, en had — ik moet dit hier wel zeggen, omdat ik zoo iets tegen examens heb — het voorrecht, altijd met goed gevolg, die examens te doorstaan; en ik heb nimmer opgehouden te studeeren, heb daarbij voortdurend les gegev6n, en nog wel in uiteenloopende zaken nu en dan; maar ik zou mij op dezen oogenblik noch aan het Doctoraal- of hoofdonderwijzers-, noch zelfs aan het Candidaats- of hulponderwijzers-examen, willen of durven onderwerpen. Ik zou vreezen, dat ik in het een of ander gewogen wordende, te licht werd bevonden; en zou, zoo de nood mij werd opgelegd, weer examen te doen, mij eenigen tijd daarvoor moeten voorbereiden. — "Waartoe? Om dingen te leeren , die mij nimmer te pas zijn gekomen.

De Minister zegt in de Mem. v. Toel. „Er is geen werkelijk goede reden te geven, waarom hij, die in 't bezit is der door de Wet gevorderde acte van hoofdonderwijzer, niet even goed aan het hoofd der eene als der andere school zou mogen staan." En waarlijk de eenige reden, die men voor 't behoud van een vergelijkend-examen zou kunnen aanvoeren, zou moe ten uitgaan van de vooronderstelling, dat de zoogenoemde acte-examens niet deugen, geen waarborgen zijn, dat men ge-