Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WAT DE LIEFDE VERMAG.

Pastor Fliedner, het voorgaande zegt ons dit reeds, heeft veel liefgehad.

Wat is er over het heerlijke hoofdstuk der liefde, i Cor. XIII, al niet veel geschreven. En er kan ook nooit genoeg van gezegd worden. De liefde is de vervulling der wet: God liefhebben boven alles en onze naasten als onszelven. Het laatste is een gevolg van het eerste; onmogelijk kan men zijn naasten liefhebben, indien men God niet liefheeft.

Hoe treffend is en blijft niet de gelijkenis van den barmhartigen Samaritaan. De stem der ware barmhartigheid klinkt er ons uit tegen, de ernstige stem der hemelsche liefde, die het leven en des menschen hart kent, die dit hart liefdeloos en koud weet, doch tevens ook het middel heeft, waarmede ze dat hart in gloed kan zetten. Vooral en eerst dan, als dit hart leerde verstaan, dat wij in Jezus Christus hebben een medelijdenden Hoogepriester, die met ons voelt in alle nooden, smarten, aanvechtingen, waaraan wij blootstaan; die zoo is ingegaan in onze nooden, in onze moeilijkheden, in onzen strijd, dat hij alles met ons mee kan dragen. Zijn gansche leven is een

Sluiten