Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

regelen en aan hare verwezenlijking te arbeiden. Die* Commissie bestond uit de Heeren: Ds. J. F. van Hoogstraten, E. A. Fruytier de Talma, C. W. J. van Boetzelaer-van Dubbeldam, A. J. van Beeck Calkoen, en de Dames: Van Tuyl van Serooskerke-Hartsinck, Van Zuylen van Nijevelt, Teding van Berkhout, Van Reede van Oudshoorn-Singendonck, Van Boetzelaer-Both Hendriksen en Mej. H. Swellengrebel. Men begon met tegen November een huis te huren aan den Springweg. Twee zusters werden aangenomen. Den 4en November kwam het bestuur samen om het huis den Heer te wijden, en den 8en Januari 1845 werd de eerste patiënte, een arm vrouwtje, lijdende aan longontsteking, opgenomen. Mej. Swellengrebel werd weldra tot besturende Zuster benoemd.

Op Utrecht volgden later Den Haag en andere plaatsen en zoo hebben wij het voorrecht, dat wij in ons vaderland reeds verschillende Diaconessenhuizen hebben als vrucht van het door Fliedner uitgestrooide zaad.

De door hem gevormde diaconessen beperkten hunnen arbeid echter niet tot de ziekenverpleging in gestichten. Aanstonds namen zij ook particaliere verpleging op zich. In de huisgezinnen openbaarden

Sluiten