Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2.

De Vredevorst, zoo lang verwacht,

Ligt daar in doeken neer;

Maar buiten schijnt in volle pracht

Een lichtglans, Hem ter eer. En herders, naar Hem heengesneld,

Aanbidden 't heilig' kind,

Wiens komst hun do Engel had gemeld, En dat hun hart hier vindt. Amsterdam.

3.

O Jezus, Die op aarde kwaamt, Voor zondaars klein en groot, Ook kind'ren in Uw' armen naamt,

Voor hen Uw bloed vergoot, O, lieve Heiland! daal ook neer

In ons onrein gemoed,

En reinig ons toch, lieve Heer! Verlos ons door Uw bloed.

4.

Wel laagt Gij in een' kribbe neer,

In doeken, in een' stal,

Maar eens komt Ge op de wolken weer,

Als Koning van 't heelal.

Maak ons hier door Uw'geest bekwaam,

Te leven tot Uw' eer,

En neem ons allen dan te zaam In Uwen Hemel, Heer!

J. Hesta.

XVI. DE LEEUWERIK

l.

De leeuw'rik fluit, met schel geluid

Zijn vroolijk morgenlied ;

Als van het veld, hij opwaarts snelt,

En lof zijn' Schepper biedt, 't Hallelujah, 't Hallelujah,

Doorgalmt de lucht met kracht. Lof, eer en prijs zij Gods gena Door al wat leeft gebracht.

2.

Mijn hart stemt in, met dankb'ren zin

In 's aardrijks blijden klank.

Uw liefde geev', met al wat leev'

Gods lof in 't feestgeklank.

't Hallelujah, 't Hallelujah,

Dring' tot Gods hemel door,

Lof, eer en prijs zij Gods gena Gebracht in 't jubelkoor.

uit: „Natuur en leven" door C. S. Jdama van Scheltema Amsterdam. J. Eckel-

Sluiten