is toegevoegd aan uw favorieten.

De algemeene genade

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nog meer zou kunnen worden aangestipt en toegelicht. Doch ik acht het niet gewenscht te zeer in détails af te dalen, opdat door het dwalen tusschen de boomen het beeld van het boschcomplex niet zal vervagen. Men zal zich niet kunnen beklagen, dat ik deze critiek op de leer der algemeene genade zelf niet aan het woord heb laten komen. Meer dan ruim heb ik geciteerd. Ik vertrouw dan ook dat ieder gulweg zal erkennen, dat ik den plicht der objectiviteit niet heb verzaakt.

§ 3. Deze critiek op de leer der algemeene genade geconfronteerd met Schrift en belijdenis.

a. Deze critiek gevolg van koersverandering?

De beide artikelen, waarin deze critiek tot uiting komt, beginnen met te constateeren, dat in het Calvinisme in ons vaderland verschillen openbaar worden. Een duidelijke karakteristiek van deze verschillen ontbreekt. Slechts wordt vermeld, dat dat over de algemeene genade er een van is.

Heel in het algemeen worden enkele opmerkingen gemaakt, n.1. dat het Calvinisme tegenwoordig wil waken „voor een nieuwen vorm van scholastiek"; dat het overtuigd is „van het door en door schriftuurlijke van het leven en denken van Calvijn" en het in zijn lijn al duidelijker de Schrift wenscht te hooren spreken; dat „de Calvinistische beweging niet bedoelt te zijn de beweging van Calvijn of van welken anderen leider ook, maar de beweging, die de Schrift in het leven roept"; dat het niet bedoelt „uit enkele aan Calvijn ontleende of nieuw gestelde beginselen de consequenties te trekken, op gevaar af, hoe langer hoe verder van den zin der Schrift af te wijken."

Dit stuurt ons wel wat in een nevel. Scherpe omtrekken teekenen zich niet af. Wolken vol vragen zweven daarboven.

Allereerst: van wanneer dagteekent de nieuwe bloei van het Calvinisme, waarvan hier wordt geroemd? Van Kuyper en Bavinck af of eerst na hen? Het is bekend, dat sommigen in onzen kring op Kuyper en Bavinck tegen hebben, dat zij zoo scholastisch zijn. Mocht het de toeleg zijn Kuyper en Bavinck van den nieuwen bloei uit te sluiten, dan zou daartegen verzet moeten worden aangeteekend. Dan zou dit op een koersverandering duiden. Dan zou de continuïteit reeds met de jongste geschiedenis van het Calvinisme worden verbroken. Dan zou men het historisch karakter van het Calvinisme miskennen.

In samenhang hiermee: wat beteekent het, dat men waken wil voor een nieuwen vorm van scholastiek'! Wil men daarmee zeggen, dat men van een opkalefatering van de Scholastiek der Middeleeuwen, van de Neo-scholastiek der Roomschen, zelfs van den vorm, waarin vele Gereformeerde en Luthersche theologen hun dogmatiek kleedden — ik maak hier uitdrukkelijk uitzondering