is toegevoegd aan uw favorieten.

De wederinvoering der doodstraf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derne strafrecht, die in straf een middel tot verbetering, hoogstens een middel tot beveiliging van den Staat zien, wilden ook hier liefst de doodstraf zien afgeschaft. En in zooverre men haar behouden wilde, wenschte men hare toepassing „als de rechter oordeelt dat de veiligheid van den Staat dit eischt."

Tegen die bepaling waren Antirevolutionairen enRoomschKatholieken in de Tweede Kamer, onder leiding van den heer Heemskerk krachtig in verzet gekomen. En bij dat verzet sloten zich in de Eerste Kamer aan de heeren Reekers, van den Biesen, Woltjer en van Velzen.

Op schoone wijze is het strafrecht, naar antirevolutionaire beginselen, door genoemde heeren verdedigd, zelfs tegenover Minister Loeff, die in het debat de vergeldingstheorie en de beveiligingstheorie poogde te vereenigen.

Waar men dan leeft in de beginselen van het moderne strafrecht, is het niet te verwonderen, dat men op allerlei wijze poogt de wederinvoering van de doodstraf tegen te gaan, en dat men allerlei bezwaren tegen haar aanvoert.

Men poogt zelfs haar te bestrijden op gronden ontleend aan de Heilige Schrift.

Zoo is door sommigen een beroep gedaan op deze woorden van Jezus: „Gij hebt gehoord, dat gezegd is: Oog 0111 oog en tand om tand. Maar ik zeg u, dat gij den booze niet wederstaat; maar zoo wie u op de rechterwang slaat, keer hem ook de andere toe." (Matth. 5 : 38, 39.)

Ziet gij nu wel, roept men ons triumphantelijk toe, dat met dit ééne woord van den grooten Meester heel de vergeldingstheorie voor den grond ligt! Zacht wat, waarde opponent. Bij zulk een Schriftverkaring valt niet alleen de vergeldingstheorie in duigen, maar ook uw veiligheidstheorie. Als gij dit Schriftwoord op den klank af, en bui-