is toegevoegd aan uw favorieten.

De Chasidim

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Voor-Bereidselen tot de Bijbelsche wijsheid en gebruik der heilige en kerkelijke historiën," enz. 1690, Deel I blz. 8'27. Ook hieruit blijkt de heilige Inquisitie goede studie gemaakt te hebben van de grijze oudheid, want vele der barbaarsche strafoefeningen van het vertwijfelende heidendom, heeft zij later uit »barmhartigheid en rechtvaardigheid" weer eens op duizenden en tienduizenden rampzaligen herhaald. De meeste dier straffen vindt men in de beschrijvingen der kettergerichten terug, alleen met dit verschil dat men het nu doet ter eere van Jezus en van de allerzaligste Maagd, en er nu stereotiep bijvoegt: «ecclesia non sitit sanguinem," »de Kerk dorst niet naar bloed." Zie nog Jakob Basnage. Vervolg op Flavius Josephus of Algemeene Historie der Joodsche Natie, Hollandsche vertaling, 1727 in twee deelen. n, blz. 1801.

6) Of het waar is, gelijk men vaak ter verklaring van dit devies vertelt, dat men bij een jongen palmboom, om hem te sneller te doen groeien, gewichten (steenen of andere zware voorwerpen) aan den top bevestigt, weet ik niet. De verschillende lexica en archaeologiën die ik s. v. »Palm, palmboom" opsloeg, vermelden er niets van. Wellicht beteekent de spreuk niets meer dan dat al wat edel en krachtig is, door verdrukking en tegenstand slechts te fierder en zelfstandiger wordt. Wat den zin betreft dus ongeveer hetzelfde als het gezegde: »het gras dat vertrapt wordt, groeit straks des te beter."

7) «Getto" beteekende volgens sommigen oorspronkelijk het gesmolten metaal, dat in de smeltovens van Venetië, in een afgelegen deel dier stad gebouwd, veelvuldig voorkwam. In het jaar 1516 kregen de Joden, die in 1394 uit Venetië verbannen waren, verlof derwaarts terug te keeren, en zich in dat gedeelte waar de smeltovens waren neer te zetten. Nu kreeg het Jodenkwartier van Venetië den naam «Ghetto" (er werd dus een h ingelascht), en daarnaar werden ook de andere Jodenverblijven aldus genoemd. Uit «Sabbat-Stunden" 1884, blz. 211 , gecit. in Nathanael 1885, blz. 80. Niet alle steden echter, waar Joden woonden, hadden zulk een Ghetto. Zie bijv. ten opzichte van Freiburg, Dr. Ad. Lewin, Juden in Freiburg i. B. 1890, blz. 22.

8) Doch ook dat was hun geen oorzaak van vreugde. «Jammerlijk stond het den Jooden door de Pest geschapen. Men beschuldigde hen de wateren vergiftigt te hebben; maar toen men hun onschuldig vond, wierden ze echter gedoemt zich te bekeeren, of te worden verbrand. Duizenden van Jooden die weigerden Christenen te worden, doemde men ten vuure." Moubach blz. 85. Ziehier de verschrikkelijke beschrijvingen van Lewin, Juden in Freiburg, blz. 28 verv.