Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(tijdelijk) vaderland te verklaren, wanneer hun dat vrijheid en bescherming verleende. Wij treffen dien trek in elke eeuw op de bladzijden van Israëls lijdensgeschiedenis aan. Toen Theodorik, die de Joden altoos op zeldzaam edele wijze behandeld had, door de Byzantijnen onder Belisarius werd aangevallen, hebben de Joden van Napels met wanhopige hardnekkigheid voor den Oost-Gothischen vorst gestreden. Honderden van zulke voorbeelden zouden uit de historie zijn aan te wijzen.

174) Vele deugden en ondeugden worden met welwillende pen beschreven in het opstel »Etwas über die Juden" in Saat auf Hoffnung, 1881, blz. 243 verv. Zie ook Herzog2 VII, blz. 243.

175) »Nu wenscht wel is waar een van de wijzen des Talmoeds, dat men ter verhooging der poerim-vreugde het edele druivensap eens zóó duchtig aanspreke, totdat men ten laatste geen onderscheid meer weet tusschen: »verwenscht zij Haman en gezegend zij Mordechaï," (zie hier Kandelaar des lichts II, blz. 355), maar zoo iets wilde er bij het Jodendom toch niet in, ondanks den hoogen eerbied, dien het overigens voor de uitspraken der Talmoedische wijzen koesterde. De Middeleeuwsche Jood was steeds nuchter en matig, en kon het niet van zich verkrijgen, om zich zelfs op den poerim-dag aan zulk eene verregaande dronkenschap over te geven. Men wilde niet gelooven dat Raba, de zegsman van het even aangehaald talmoedische woord, dat in vollen ernst had bedoeld. Men zag in dat woord gaarne deze bedoeling uitgesproken: de feestvreugde, door den wijn verhoogd, veredele ons en stemme ons tot die mate van mildheid en vergevensgezindheid , dat wij zelfs onze vijanden als vrienden aanzien, onze liefde tot alle menschen, wie zij ook zijn mogen, uitstrekken." Rabbijn Hoofiën bij Üppenheim's Xlle plaat »Het Poerimfeest." Vergeljjk nog Buxtorf, Syn. Jud., blz. 559, en Kandelaar des lichts I, blz. 104 verv.

176) Allereerst, gelijk ook natuurlijk is, aan hun volksgenooten bewezen. Men denke aan de fabelachtige sommen door Rothschild, Sir Montefiore, Baron Hirsch e. a. voor Joodsche hospitalen, kolonisten , scholen enz. uitgegeven. Het spijzigen van arme volksgenooten . liet ondersteunen van arme talmoedstudeerenden, het bezorgen van een huwelijksgift aan arme bruiden, het verzorgen van kranken, het begraven van arme gestorvenen — dat alles rekent een geloovig Israëliet tot zijne religieuze plichten. Maar ook voor algemeen-menscheljjke liefdadigheid verloochent zich de Israëlietische onbekrompenheid nooit. Op de weldadigheidslijsten die in onze groote steden onafgebroken rondgaan, tigureeren de namen der Joodsche burgers in

Sluiten