is toegevoegd aan uw favorieten.

De Chasidim

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dervisch. Mohammedaansche kloostermonnik.

Dessauer (Af.). 41.

Bespoot. Dwingeland.

Deugden van Israël. 20, 77.

Deutsch (£.). 40.

Dialect. Tongval.

Diminutief. Verkleinwoord.

Dob Beer. 1 1 , 55.

Dogmatist. Iemand die het sdogma", de leer, op den voorgrond stelt, en niet vraagt naar de eischen van het gemoedsleven.

Dorado (eldorado). Fabelachtig goudland; een land waar men 't zeer goed heeft.

Drie treden achterwaarts. 02.

Droefheid. 58.

Dronkenschap. 20, 78.

Dubieus. Onzeker, twijfelachtig.

Bwaasheden der chasidim. 05.

Dijk (Is. van). 55.

E.

E tutti quanti. En alle dergehjken.

Een-hara. 08.

Eenheid van het Jodendom. 30.

Edict. Vorstelijk bevelschrift.

Edomieten. 8, 53.

Eduard de Belijder. 2, 34.

Edzard (Esdras). 76.

Ehrentheil (M.). 41.

Eisenmenger (J. yl.). 41.

Emancipatie. Vrijmaking, gelijkstelling der Joden met andere staatsburgers.

Energiek. Krachtig, die met nadruk zijn doelwit najaagt.

En-Sof. 16, 01.

Enthousiasme. Geestdrift.

Eo ipso. Juist daardoor.

Epidemiên. 2, 32.

Esseërs. 20.

Ethnologie. Volkenkunde.

Evangelisatie van Israël. 24, 27, 73.

Exploitatie. Ontginning, het ten-nutte-maken , partijtrekken.

Ezra. 68.