is toegevoegd aan uw favorieten.

Tweede bundel gewigtvolle brieven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor dezen, 't geen ik nu ben, zult gij haast wezen", rnogt ter harte genomen worden; och! dat ze aan hunnen Schepper leerden gedenken in de dagen hunner jeugd, dewijl er immers op aarde niets heerlijker is, dan de Heere te vreei zen in de jongheid, opdat ze op meer gevorderden leeftijd zeggen mogten met den Godzaligen Obadja: „Ik Uw knecht vrees den Heere van j mijne jongheid aan'', dan konden ze ook nog dienstbaar zijn tot bescherming voor Gods kinderen, tot heil en zegen voor Gods kerk op aarde en nuttige leden der maatschappij worden; mijne hartelijke wensch is, dat de Heere het believe te zegenen aan hunne onsterfelijke zielen, waartoe ik mij dan ook gedrongen voelde aan UEd. te schrijven.

O geliefde vriendin! welk een onschatbaar voorregt voor hem, wiens blinde zielsoogen de Heere geopend heeft om de gansche wereld te zien als een pesthuis van zonde, gruwelen en ellenden en dat zij voor zich zeiven daar een groot deel van uitmaken; ik hoop, dat ik het niet zeggen zal om maar vertooning te maken; ik vermeen het geleerd te hebben en nog dagelijks meer en meer te leeren, dat mijn hart een weield is van ongeregtigheid, een pesthuis van zonde, gruwelen en ellende, en dat er in mijn vleesch geen goed woont, dat ik daarmede zal gaan heenkwijnen tot aan mijnen dood; het is eene doode zielskwaal, waarmede ik doortrokken ben; indien wij eenen Bijbel hadden, die leerde, dat er eenige goede eigenschappen in ons behoorden te zijn, waarmede wij God moesten behagen, dan was het voor ' eeuwig verloren,