is toegevoegd aan uw favorieten.

Het godvruchtig leven en sterven eener beproefde christin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar meende dan ook des te meer reden te hebben om voor eigen staat te vreezen, wel was eene leerrede , in vroeger dagen gehoord over Heb. 2:3:

„Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij, op zoo groote zaligheid geen acht pemen ?" hem nimmer uit de gedachten gegaan; wel ijverde hij voor de waarheid en had hij de vromen lief, maar die dingen vertroosten het hart niet en zijn geen gronden om op te rusten. Vandaar het uitzien naar den Heere om licht en leven.

Weinig sprak hij; meermalen werd hij biddende gezien.

Eens haalde hij aan uit Jez. 45: 19. Ik heb tot den zade Jacobs niet gezegd: ;/Zoek mij te vergeefs."

Gods kinderen, die Hem in zijne krankheid bezochten en voor Hem baden, mochten een vrijmoedigen toegang tot den troon der genade vinden, en het licht mocht voor vader o-iqaan uit de duisternis, zoodat hij zijne hoop mocht betuigen op, en zijn verlangen naar een gelukkigen overgang uit deze ellendige wereld tot de vreugde, die voor Gods kinderen is weggelegd.

Hoe zeer die zalige opklaring ook het hart van moeder verheugde, zal de Godvruchtige lezer wel eenigermate beseffen, wijl zij ook daarin de verhooring harer smeekgebeden mocht genieten en al die wegen dienstbaar waren tot versterking van haar geloof, tot verlevendiging harer hoop, en tot het meer en meer overvloedig worden in de liefde.

Wij spraken van versterking des geloofs op hare gebeden.

De openbaring van een nieuw leven in het hart