is toegevoegd aan uw favorieten.

De enge poort, of Het groote en zwaarwichtige werk van ten hemel in te gaan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9. Overdenkt menigmaal den dag des doods en het Oordeel, Hoogl. 11: 9; 12: 14.

10. Gedenkt, welk een vreeselijk einde, zondaars! die Christus veracht en verwaarloosd hebben, in den dag des doods en des Oordeels hebben zullen, Hebr. 10: 31.

11. Stelt uzelven veel voor Christus rechterstoel in uwe zonden, en overweegt bij uzelven: stond ik nu eens voor dien Rechter, hoe zoude ik beven en schrikken ?

12. Denkt dikmaals aan degenen, die nu al in de eeuwige verdoemenis z\jn, en dus ontzet voor eeuwig van alle barmhartigheid, en dat wel op deze wijze:

1. Zij waren eens in de wereld, gelijk ik nu nog ben.

2. Zij namen eens vermaak in de zonde, gelijk ik gedaan heb.

3. Zij verwaarloosden eens de bekeering, gelijk de satan nu wil dat ik zal doen.

4. Maar nu zijn zy weg in de hel, en de put heeft zijnen mond over hen toegedaan. Nog verder, waren deze ellendigen eens wederom op de aarde, zouden zij wel zondigen, gelijk voor dezen? Indien zij de predikatie zouden hooren, gelijk ik; den Bijbel lezen en met godvruchtigen omgaan, gelijk ik; ja hadden zij den dag der genade, die ik nog heb, zouden zij dat alles wel zoo wel verwaarloozen, gelijk zij eertijds gedaan hebben? Zondaren! wildet gij ernstigljjk deze dingen overdekken, zij konden (onder des Heeren zegen) hulpmiddelen zijn, om u op te wekken en waakzaam te maken ter bekeering; tot die bekeering, die onberouwelijk is.