Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgang (critiek op Condorcet), maar omdat hij er niettemin van doordrongen blijft, verplaatst hij hem naar een oneindige verte (de onvermijdelijke vervolmaking). Hij gelooft niet meer in de mogelijkheid van een redelijke staatsinrichting (de mislukking der Franse Revolutie), maar omdat hij dit ideaal toch niet kan opgeven, verplaatst hij het, alweer, naar een verre toekomst, naar het ogenblik dat staat en kerk in de maatschappij van ideale burgers zullen opgaan en alles één zal zijn. Hij gelooft niet in Napoleon, zoals hij is, daarom mythologiseert hij hem tot een instrument zijns ondanks van de zichzelf bewust wordende wereldrede, die binden zal wat nu dreigt te atomiseren. Hij gelooft niet meer in de edele wilde van Rousseau, daarom laat hij de mens goedsmoeds van een dier afstammen, maar omdat hij dat hoge, dat enige cultuurideaal toch niet verloochenen wil of kan, verplaatst hij, ten derden male, diens vervolmaking in een proces van bovenmenselijk worden, dat even lang kan duren als de menswording heeft geduurd: millioenen jaren.

Hier liggen, dunkt mij, de bouwstenen van wat er, formeel, uitziet als eclecticisme, maar dat nog een andere functie kan blijken te hebben dan in wezen onoorspronkelijke geesten desondanks de ge'egenheid te geven om carrière te maken. Treschow was oorspronkelijk genoeg. Wanneer hij uit wat zich aanbood, zijn keuze deed, dan was het geen willekeur of modezucht, die hem daarbij dreef, maar dan was het, omdat zich in hem de omslag der eeuwwending voltrok: de omslag van het onhoudbaar geworden vooruitgangsgeloof der 18de eeuw, naar het meer critische van de 19de. Hij bestrijdt het 18de eeuwse begrip, maar juist door die breuk waarborgt hij de continuïteit ervan met het 19de eeuwse. Dat ook dat niet houdbaar zou blijken, dat ook dat op zijn beurt omstreeks 1900 in de smeltkroes van het denken zou vergaan, is een andere kwestie, die ons hier niet interesseert. Wij besluiten met het woord fan Waldemar Dons dat waarheid spreekt: In Treschow legt de Verlichtingsperiode zich neer om te sterven, met de vrijmoedige bekentenis, dat zij haar strijd ten einde had gestreden, maar ook

is) Waldemar Dons, Niels Treschow og hans filosofiske system in Nyt norsk tidsskrift IV, 1878 bl. 491.

Sluiten