Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 28: »Het erkennen van een natuurlijk kind geschiedt bij eene authentieke acte, wanneer zulks niet reeds bij de acte van geboorte gedaan is". (1)

En art. 34: »Het onderzoek naar het vaderschap is" verboden.

«Ingeval echter van verkrachting of schaking, en wanneer het tijdstip waarop die misdaad begaan is, met dat der zwangerschap overeenstemt, kan de schuldige, op de daartoe gedane vordering der belanghebbende partijen, verklaard worden vader van het kind te zijn."

In de vijfde afdeeling der Kamer, van welke afdeeling alleen de processen-verbaal gevonden zijn, werden omtrent deze artikelen geene voor ons onderwerp meer belangrijke opmerkingen gemaakt. Bij de openbare beraadslagingen werd door den heer Nicolaï te dezer zake het volgende gezegd:

(1) Dit artikel gaf aanleiding tot de vraag, „of de erkenning bij eene opzettelijk daartoe ingerigte acte moet geschieden?" Het antwoord der Regeering luidde: „Zeker niet; men heeft getracht de redactie duidelijker te maken", (t. a. p., dl. II, bl. 118) De verduidelijkte redactie was aldus: „Het erkennen van een natuurlijk kind kan door alle authentieke acten geschieden, wanneer zulks niet reeds bij de acten van geboorte gedaan is", (t. a. p., dl. II, bl. 126) Bij de beraadslagingen in de zitting van de Tweede Kamer van 10 Maart 1S23 zeide de heer Xicolaï omtrent dit punt: „Après la légitimation, vient la reconnaissance des enfants naturels. Elle est volontaire, ou f o r c é e.

„Lorsquelle est volontaire, elle doit être écrite dans 1'acte de naissance, ou dans un acte autbentique.

„La loi n exige point un acte spécial; mais elle exige une ïeconnaissance explicite et positive. Des termes sacramentels ne sont point requis; mais il faut que la volonté de reconnaitre un enfant, et la reconnaissance effective de eet enfant, résultent de la contexturè et des expressions de 1'acte". (t. a. p., dl. I, bl. 178) Ook 22 Hei te voren had de Kamer reeds met 42 tegen 17 stemmen uitgesproken, dat de authentieke acte geen acte ad hoe behoeft te zjjn, en zonder hoofdelijke stemming, „dat de erkenning op eene uitdrukkelijke wijze moet plaats hebben". (Verslag der Handelingen, 1821—1822, dl. I, bl. 217)

Sluiten