Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die aantreft neerlegt. Dan komt men niet boven het B-bedrijf uit. Het gaat er nu om, of het lukt mensen zo op te leiden, dat ze enkele jaren geduld worden en in die tijd hun bestaansrecht weten te bewijzen. In de overgang van B-bedrijven naar A-bedrijven ligt een grote taak voor de jonge ingenieurs. Men heeft dit ook op andere plaatsen gevoeld. In de nieuwe Hoger Onderwijswet is naast de intellectuele opleiding van academici ook gedacht aan hun opleiding tot persoonlijkheid en tot lid van de maatschappij. Men wil hen meer inzicht geven in maatschappelijke verhoudingen en menselijke drijfveren.

Dat zijn dus een paar van die eigenschappen, die in een B-bedrijf haast nog nodiger zijn dan in een A-bedrijf, waar al een aantal ingenieurs zijn, men vaak tussen kennissen terecht komt en zo zijn weg wel vindt. Wanneer het een ingenieur lukt deze overgang van een B- naar een A-bedrijf te bewerkstelligen, heeft hij een belangrijke bijdrage tot industrialisatie geleverd.

Ingenieurs moeten dus zijn: niet alleen knap, maar ook vindingrijk, handig en vooral flink. Men vindt natuurlijk al deze eigenschappen zelden in een persoon verenigd, maar het is hoofdzaak dat men althans in één ervan uitblinkt. Het zal een heel probleem zijn ervoor zorg te dragen dat wanneer iemand met één van deze eigenschappen in Delft aankomt, hij ook inderdaad zijn diploma behaalt. Wanneer dat lukt, geloof ik dat er weer een belangrijke bijdrage geleverd is tot de industrialisatie van ons land. Maar u begrijpt dat Delft slechts de gelegenheid kan bieden, het staat aan de technische student daarvan op de juiste wijze gebruik te maken.

Ik wil nu eindigen en daarbij de hoop uitspreken, dat het het huidige geslacht gegeven zal zijn, deze problemen, die inderdaad zo ernstig zijn, onder ogen te zien en op te lossen. Dan zal het niet alleen zelf daarvan profiteren, maar ook zijn onmiddellijke omgeving en niet het minst ons vaderland.

Sluiten