Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mede zal kunnen stijgen. Ik laat in het midden of de heer Fourastié dit geheel bij het juiste einde heeft. Maar het is de moeite waard om op te merken, dat op dit moment de meeste landen in de fase zijn, waarin bij toenemende welvaart vooral de behoefte aan meer industrieproducten aan de dag treedt. Dat wil niet'zeggen dat men bij toenemende welvaart niet meer landbouwproducten verbruikt, maar relatief komen de industrieproducten op de voorgrond. Vandaar ook dat het op zichzelf geen kwaad kan, wanneer een groot aantal landen zich tegelijkertijd in een proces van industrialisatie bevindt. Dat kan op een enkel punt, waarover straks meer, weieens tot moeilijkheden leiden. Maar het ligt, in het algemeen gesproken, in de lijn van de mogelijkheden, dat een aantal landen, alle tegelijkertijd, hun industrie uitbreidt.

U begrijpt reeds dat ik dit naar voren breng om bij voorbaat de soms wat angstig gestelde vragen enigszins ter zijde te schuiven, n.1. de vragen: „Wat moet er gebeuren wanneer alle landen gaan industrialiseren? Dreigt er dan geen ernstige overproductie van industrieproducten? Moeten wij hierop niet ten zeerste bedacht zijn bij onze eigen industrialisatie?"

Intussen is het zó, dat in ons land industrialisatie wel extra noodzakelijk is op grond van enkele bijzondere factoren die onze economie kenmerken en die ons allen goed bekend zijn. Wij hebben daarbij ten minste een drietal van deze bijzondere factoren te noemen. In de eerste plaats ligt er voor ons land het feit, dat ten tijde van de tweede wereldoorlog onze verhouding tot Indonesië fundamenteel gewijzigd is, hetgeen o.a. inhoudt dat de mogelijkheid voor een gedeelte van onze bevolking, om een bestaan te vinden, hetzij in Indonesië zelf,.hetzij op grond van de relaties met Indonesië, verminderd is. Ik behoef daarover in detail niet uit te weiden, dat is bekend genoeg; we moeten het ook niet overdrijven, want het is eveneens bekend dat er nog tal van relaties met Indonesië blijven, en dat er ook nog tal van mogelijkheden zijn om in Indonesië te werken. Maar men kan, naar ik meen, in het algemeen stellen, dat .toch de mogelijkheden voor Nederland daar anders liggen dan voor de tweede wereldoorlog. Men zal dus voor een gedeelte van zijn bestaansmiddelen moeten omzien naar andere mogelijkheden.

Daarnaast is er dan het feit dat de oppervlakte van ons land, dus mede ons landbouw-opperblak zeer beperkt is en reeds om die reden een verdere expansie van onze landbouw weinig mogelijkheden biedt. We weten allen, en we zijn er een beetje trots op, dat we in tegenstelling tot andere landen, land kunnen maken. We weten echter tegelijkertijd dat het toch maar in zeer beperkte mate mogelijk is, en dat de bevolking die een bestaan kan vinden in de nieuwe polders slechts onze bevolkingstoename van enkele jaren omvat. Het speelt dus in het grote proces van onze economische ontwikkeling nauwelijks een rol.

En dan is er een derde factor, misschien de belangrijkste, n.1. de factor dat onze bevolking in een snel tempo toeneemt, wat met zich medebrengt dat

Sluiten