Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bespreking der „integratie" ontmoetten wij dit alles reeds, bij de bespreking der ontwikkelingsphasen zullen wij er opnieuw op moeten wijzen.

De psychologische ontwikkeling voltrekt zich tenslotte vooral op het gebied van het driftleven, 't wilsleven, het waarnemen, herinneren, voorstellen (phantasie) en het denken.

Deze psychische processen ondergaan elk voor zich en alle tezamen een ontwikkeling, een uitbreiding en verruiming, die de rijping van karakter en persoonlijkheid tot stand brengen.

C. DE PHASEN DER ONTWIKKELING

Wanneer men de nadruk legt op de eenheid der persoonlijkheid, die zich actief ontwikkelt in de verhouding tot zichzelf en de gemeenschap, zal men moeten beginnen met de erkenning, dat elke onderscheiding in phasen, in tijdperken der ontwikkeling, iets schematisch houdt. Ter bepaling van de gedachten is zulk een indeling echter noodzakelijk, terwijl ook in het objectieve gebeuren zelf allerlei aanwijzingen liggen voor een dergelijke indeling. Reeds sociologisch is er een belangrijk verschil tussen de zuigeling in de wieg, het kind dat op straat speelt, de schoolgaande jongen en de jongeman op kantoor. Zij bevinden zich telkens in een totaal andere wereld. Hun levensphase draagt alleen reeds daarvan de kenmerken. Ook de innerlijke psychologische ontwikkeling is echter van stadium tot stadium door geheel andere aspecten der persoonlijkheid beheerst. Het lijkt soms wel of er niet een continue rechtlijnige afwikkeling van de levensdraad plaats vindt, maar alsof veelmeer een zigzaglijn, of ook wel een spiraalvormige lijn gevolgd wordt.

Schematisch onderscheiden wij met M ü 11 e rFreienfels:

De eerste levensphase, die van de zuigeling tot + één jaar.

De tweede, de tijd waarin het kind leert lopen en spreken.

Sluiten