Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII. INTELLECT

EN INTELLIGENTIE

A. INLEIDING

De Nederlanders beschouwen zichzelf graag als een intelligent volk. Zij beroepen zich daarbij ook op de reputatie, die zij bij andere volken genieten en zijn er zeker van, dat zij in een concours wat intellect betreft geen slecht figuur zouden maken Wel is waar noemde de Duitser hen bij voorkeur „dumme Hollander , maar dit kan men veilig als een vooroordeel brandmerken, een vooroordeel dat voornamelijk door minderwaardigheidsgevoelens gevoed werd. In feite is het zeker waar dat Nederland in intellectueel opzicht geen slecht figuur slaat. De wetenschap heeft hier steeds discipelen gehad met een zeer behoorlijk intellect en zij kan zonder al te veel moeite een vergelijking met de wetenschappen in andere landen doorstaan.

Op het gebied van kunst en muziek is er echter al wat meer reden om niet te hoog van de toren te blazen, terwijl tenslotte in de laatste plaats maar het specifieke gebied van de geest moet genoemd worden. De geest van ons volk is zeker, wat de typische intelligentie betreft, niet op één lijn te stellen bijvoorbeeld met die der Fransen. Een zekere zwaarte en sloomheid valt niet te ontkennen en de besten onder ons voelen zich niet zelden belemmerd door deze traagheid van geest van hun landgenoten.

De luchthartigheid, maar ook het luchtige, speelse en gemakkelijke van de Fransen is ons ten enenmale vreemd.

En deze eigenschappen zijn nauw verbonden aan een werkelijke intelligentie. Intelligentie is onder een bepaald aspect hetzelfde als vlotheid, ad remheid, gemakkelijkheid en speelsheid van geest. Fijnzinnigheid is er ook ten zeerste van afhanke-

Sluiten