Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inspecteurs als gewone leden uit den raad. Dit in verband met de positie van het college als staande boven de hoofdinspecteurs. Maar ziet, nu wordt door den Minister aan dien wenseh voldaan, terwijl de raad niet meer boven de hoofdinspecteurs zal staan, en de argumenten om hen in den raad te doen blijven daardoor in kracht verdubbelen.

Evenzeer is er iets vreemds in het bestendigen van den ouden naam. Tegenover de andere, niet centrale, organen van het staatstoezicht was de naam van centralen gezondheidsraad juist gekozen. Maar als adviseerend college staat het niet boven andere personen of colleges, die dezelfde taak hebben voor een deel des lands. Ja, wat het territoir aangaat, zullen volgens het ontwerp ook de hoofdinspecteurs voortaan werkzaam zijn over het geheele land, centraal zijn.

Zelfs mag de vraag worden gesteld, of het waarschijnlijk is te achten, dat als aanstonds het systeem gekozen ware. hetwelk de Minister thans in werking wil brengen: de hoofdinspecteurs direct onder den Minister, — men op de gedachte zou gekomen zijn ook zulk een adviseerend college in het leven te roepen, als de Minister nu van den centralen raad wil maken. Ja, zal zelfs die centrale raad, welke geheel buiten de practijk is geplaatst, waaraan niet meer de kennis der bijzonderheden langs de wegen van het staatstoezicht toevloeit, op den duur bij uitstek geschikt zijn der Regeering van advies te dienen? Zal deze niet veel meer gebaat zijn met den raad, dien hij van de inspectie ontvangt, welke voortdurend met de volle werkelijkheid in aanraking blijft?

Trouwens laat de Minister eenerzijds wel de bepaling staan, dat de centrale raad de aandacht der Regeering vestigt op maatregelen naar zijn oordeel te nemen in het belang der volksgezondheid, maar tevens stelt hij ten aanzien van de hoofdinspecteurs dit voor: „De hoofdinspecteurs kunnen over aangelegenheden van hun dienst, waarbij meer dan één tak van gezondheidszorg is betrokken, gemeenschappelijk beraadslagen en voorstellen doen aan Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken."

Vermoedelijk zal de Minister aan deze voorstellen meer waarde hechten dan aan die, welke hem toekomen van het

Sluiten