Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

135 omnis habet geminas, hinc atque liinc, ianua frontis, e quibus haec populum spectat, at illa larem. utque sedens priini vester prope limina tecti

ianitor egressus introitusque videt, sic ego perspicio caelestis ianitor aulae 140 eoas partes hesperiasque siraul.

ora vides Hecates in tres vertentia partes,

servet ut in ternas compita secta vias. et milii, ne flexu cervicis tempora perdam, cernere non moto corpore bina licet.'

II, vs. 195-242.

DE ONDERGANG DER FABII.

195 Haec fuit illa dies, in qua Veientibus arvis ter centum Fabii ter cecidere duo. una domus vires et onus susceperat urbis:

sumunt gentiles arma professa manus: egreditur castris miles generosus ab isdem, 200 e quis dux fleri quilibet aptus erat.

Carmentis portae dextra est via proxima Iano:

lurn, 't volk, de menschen op straal; larem, de beschermgod des huizes in liet atrium. — 141. Hecates: Hecate was eene maangodin; om de drie gestalten der maan, eerste kwartier, volle maan en laatste kwartier, aan te duiden werd zij met drie gezichten afgebeeld (tqutqóomjtog, TQixé<pa?.os); in verband daarmede staat hare vereering op driesprongen , plaatsen waar drie wegen samenkomen; later was zij de godin der tooverij en spokerij, als men haar noodig had moest men des nachts op een driesprong zevenmaal haren naam uitroepen.

195. lila dies: 13 Febr. (477 v. Chr). — De Vejenten, bewoners van Veii, eene aanzienlijke stad, ten Noorden van Rome gelegen, in Etrurië, aan liet riviertje de Cremera, maakten het der jonge Romeinsche republiek zeer lastig. Het geslacht der Fabii, oorzaak van den krijg, bood aan dien alleen te voeren; zij sloegen eene legerplaats op aan de Cremera, maar werden, na eenige voorspoedige gevechten totaal verslagen. Vgl. Liv. II, 48—50. — 198. gentiles manus: de handen of armen van een geslacht, eene gens, in tegenstelling met het geheele volk. — professa. hier passief: aangeboden. — 199. castris, hier: familie, huis. — 201. Carmentis portae: aan de zuidw. helling van het Capitool: zij voerde naar het Campus Martius en had als vele poorten meer dan éénen doorgang, ianus of fornex. — via, namelijk naar de Cremera, Liv. II, 49, 8: infelici via dextro iano portae Carmentalis pro-

Sluiten