Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DECIMUS IÜNIÜS IUVENALIS

GEB. OMSTR. 50, GEST. ONGEV. 430 NA CHR.

SATIHA III.

HET LEVEN IN" ROME.

Umbrieius, een vriend van Iuvenalis, gaat Rome met der woon verlaten om zich in Cumae, in Campanië, te vestigen. De reden waarom hij dat doet verhaalt hij aan zijn vriend. Zoo vindt de dichter gelegenheid eene uitvoerige schildering te geven van het zedelijk verval, dat hij in 't leven in de stad opmerkte.

Quamvis digressu veteris confusus amici laudo tarnen, vacuis quod sedem figere Cumis destinet atque unum civem donare Sibyllae. ianua Baiarum est et gratum litus amoeni 5 seoessus. ego vel Prochytam praepono Subitrae. nam quid tam miserum, tam solum vidimus, ut non deterius credas horrere incendia, lapsus tectorum adsiduos ao mille pericula saevae

2. vacuis.. Cumis: Cumae was door Puteoli overschaduwd en werd in den keizertijd als eene stille en rustige plaats geprezen. — 3. Sibyllae: de Sibylle, profetes, van Cumae, onder anderen bekend uit de sage van Tarquinius Priscus. — 4. ianua Baiarum: Baiae, voor de Romeinen de aantrekkelijkste badplaats, behoorde tot het gebied van Cumae. Van Rome komende ging men door Cumae naar Baiae. — 5. Pr och yta, een klein, onvruchtbaar eilandje aan de golf van Napels. —■ Suburae: Subüra was het drukste gedeelte van Rome, ongeveer in 't midden deistad, ten oosten van het Forum. — 7. incendia: het oude Rome werd dikwijls door brand geteisterd; branden breidden zich gemakkelijk uit en waren gevaarlijk door de vele houten uitbouwsels aan de huizen en de nauwe straten. — lapsus tectorum: evenals tegenwoordig in onze groote steden waren ook in Rome onder de keizers de huurhuizen meestal door speculanten en dus zeer slecht gebouwd. De muren bestonden dikwijls uit een netwerk van balken met steenen aangevuld, de bovenste

Sluiten