Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar ook zoo zijn wij er nog niet. Daarnaast komen er nog toestanden voor, waarin het kind tijdelijk niet opgewassen is tegen de eischen van het leven, dat is ten deele de eischen van de school. Zulks kan voortkomen uit een lichamelijken zwaktetoestand, maar ook als gevolg van retardatie, d.w.z. een vertraagde — vaak partiëel vertraagde — ontwikkeling. Wij zien in de laatste jaren dikwijls kinderen, die aanvankelijk op school niet mee konden, maar bij wie als gevolg van een functie-uitstellend principe later de verschillende functies niet alleen tot ontwikkeling komen, maar zelfs zóó ontplooien dat ze den middelmaat gaan overtreffen.

Zoo heeft het Buitengewoon Onderwijs een dubbele taak. Het moet altijd op zijn hoede zijn, of het de juiste grens trekt en moet zich afvragen, wie wil ik bereiken en wie behoort tot mijn arbeidsveld. Is de groep afgebakend, dan moet vooi deze kinderen de golglengte worden bepaald, waarop wij ze kunnen bereiken. Maar die golflengte is niet één bepaalde, die is zoo ergens dan hier voor ieder een andere.

Montessori-onderwijs, individueele ontwikkeling, onderricht in de zelfwerkzaamheid gingen terecht in de leer bij buitengewoon onderwijs. Reorganisatie van het onderwijs in Weenen was vóór 1938 georiënteerd aan de „Hilfschulen". De variatie in de golflengte is namelijk zeer groot. Niet alleen komen daar de kinderen met te groote fantasie, te weinig realiteitsbesef, ook vertraagd arbeidstempo, ook infantiele toestanden, complexen, e.d. geven aanleiding tot zoogenaamde zwakzinnigheid.

Daarbij komt, dat zwakbegaafde kinderen op zeer uiteenlopende leeftijden op de school voor buitengewoon onderwijs komen. Het eigen milieu heeft dikwijls niet den juisten kijk op geestelijk-zwakke kinderen en houdt ze meermalen te lang bij het gewone onderwijs.

Omgekeerd moeten we hier onmiddellijk aan toevoegen, dat schoolpraestaties niet altijd een maatstaf zijn voor de beoordeeling van begaafdheid: Edison werd als zwakzinnig van school gestuurd. Darwin en Newton golden voor domme jongens. Napoleon, Helmholtz en Einstein heetten weinig beteekenende leerlingen 1).

1 Zie Koenen: Zwakzinnigheid bij kinderen.

Sluiten