Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan. De Roomschen vreezende dat zy 't zouden moeten ontgelden, de Onroomschen bedugt dat men 't hen zou ten laste leggen, en dan zo op 't lyf vallen. En wanneer men te Antwerpen voor de tweedemaal bestond de beelden af te werpen, wierden onder zes Personen ten galge verweezen, vier Roomschen, en daar onder eenen Edelman bevonden, dewelke de andere daar toe had aangehist 1). Niemand uit den geheelen hoop, terwyl ze om stryd de ladders opsteegen, terwyl ze de grootste marmersteenen en zwaare stukken metaals van boven needer wierpen, terwyl ze al het beste gratiglyk pionderden, werd met vallen beschadigt, nog door den val nederstortende, en overenweer vliegende stukken geplettert, nog door 't tegens een lopen en stoten der genen, die met het breektuig in de handen voortvlogen, om alles te schenden, in 't allerminst gekwetst: 't welk zommige, als ziende het graauw voor te geringe werktuigen aan, om zo veel ysselyks in zoo weinig tyds gelukkig uit te voeren, deedt zeggen, dat 'er booze geesten onder gewerkt hadden 2). Dog anderen, hoewel geen deel hebbende aan de ongeregeltheid en dartelheid der beeldstorming, zagen in deezen den Vinger Gods, die, ten blyke van zyn Regtvaerdig ongenoegen, een verborgen Oordeel de schrikkelyke afgodery der beelden heeft willen straffen 3); op dat de wensch der Kerk bevestigt wierdt. Beschaamt moeten weezen alle die de beelden dienen, die zig op Afgoden beroemen: Buigt u neder voor hem alle gy Goden; Zion heeft gehoort, en heeft zig verblydt, ende de Dogteren Juda hebben zig verheugt van wegen uwe Oordeelen, ó Heere 4).

De tyding van deeze zeldzaamheeden vergramde den Koning ten hoogsten. De vervolging met de Geloofsdwang raakte geweldig op de been. De Predikatie en Godsdienst-

1) Apolog. der Gereform. by Hor, III. Boek. bl. 175.

2) Strada, Dec. I. Lib. V. pag. 209, Meteren, II. Boek, bl. 44. Vers.

3) Apolog. der Geref. by Bor, III. Boek, blz. 175.

4) Psalm XCVII. 7 : 8.

4

Sluiten