Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het fiscale recht1) neemt in ons recht een eigenaardige positie in, in zoover het een jus singulare is, zoodat het jus commune slechts aanvullende kracht heeft. Dit afwijkend karakter eenerzijds (blijkend uit de bijzondere procedure, de huldiging van het transactie-stelsel, het prijsgeven van het schuldvereischte), anderzijds het feit, dat het fiscale strafrecht niet gecodificeerd is en dus niet een uitwendig criterium is aan te geven, dat ons in staat stelt, dit jus singulare van het jus commune te onderscheiden, maakt het noodzakelijk, dat we vaststellen, wat tot het fiscale recht al dan niet behoort.

Art. 7 al. 1 Inv. W. geeft aan, dat we onder rijksfiscaal strafrecht te verstaan hebben: alle bepalingen, die voorkomen in wetten, rakende zaken van Rijksbelastingen. Hieruit volgt dus dat tot dit strafrecht behooren:

a. Alle eigenlijke belastingdelicten: ze mogen in eigenlijke belastingwetten voorkomen of niet.

b. Alle niét eigenlijke belastingdelicten, ook dus gemeene delicten, als ze maar in eigenlijke belastingwetten voorkomen.

8. Het militair strafrecht2) had als hoofdbron het Crimineel Wetboek voor het krijgsvolk te lande (wet v. 15 Maart 1815, Stbl. 26) en het Crimineel Wetboek voor het krijgsvolk te water (wet van 20 Juli 1814, Stbl. 85). Het werd gewijzigd door de wet van 28 Juni 1854, Stbl. 96, die verzachting bracht in het strafstelsel voor het krijgsvolk te water; door de wet van 14 Sept. 1870, Stbl. 162, die de doodstraf afschafte ten aanzien van misdrijven in tijd van vrede en niet voor den vijand gepleegd; door de wet van 14 Nov. 1879, Stbl. 191 en 193, die wijziging bracht in het strafstelsel, in onderwerpen van algemeenen aard; door de wet van 14 Febr. 1887, Stbl. 35, betreffende de desertie in tijd van vrede gepleegd.

Bij de invoeringswet (art. 9) werd het Militaire Strafrecht gehandhaafd, behoudens eenige wijzigingen en aanvullingen (art. 9 al. 1 dier wet).

!) Vgl.: Sinnighe Damsté, Beschouwingen over het Rijksfiscaal Strafrecht, 1904; van Nieuwkuyk, Het fiscaal strafrecht en de fiscale strafactie, 2e druk, 1909.

2) Voor het militaire strafrecht zie men: van der Hoeven, Onze militaire Strafwetgeving, 1884 en voorts diens Militair Straf- en Tuchtrecht, 4 deelen (Deel I bevat de geschiedenis van het le boek, deel II van het Wetboek van Mititair Strafrecht, deel III van de Wet op de Krijgstucht; Deel IV, handelende over de Geschiedenis van de Invoeringswet, verscheen in 1922 van de hand van Kern pier); Van Dijk, Wetboek van Militair Strafrecht en Wet op de Krijgstucht, voorzien van aanteekeningen.

Sluiten