Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of gemeenschap nog zoo gevaarlijk of schadelijk zijn, voor de strafrechtswetenschap geen beteekenis heeft. Hieruit volgt dan ook, dat het beantwoorden aan de wettelijke omschrijving de logisch eerste eigenschap is van een strafbaar feit; zij is voor alle verdere eigenschappen „das bedingende Element".

b. We hebben gezien, dat het voor de vraag, of we met een handeling te doen hebben, onverschillig is, wat de dader heeft gewild, als maar vaststaat, dat hij gewild heeft.

Het spreekt van zelf, dat elke handeling in de werkelijkheid een eigen-aardig karakter draagt, waardoor ze zich van andere onderscheidt; ze heeft haar eigen trekken en geschiedenis. Maar dat is voor het handelingskan/? onverschillig; om handeling te zijn is het voor een gebeurtenis zonder belang, wat soort van gebeurtenis zij is, mits ze maar is een gewilde lichaamsbeweging.

De wettelijke omschrijving geeft nu juist de vereischten aan voor den aard der handeling. In en door de wettelijke omschrijving wordt het karakter der handeling omschreven, wordt aangeduid, wat soort van handeling er moet zijn, zal ooit van een strafbaar feit sprake zijn. Die aanduiding geschiedt weliswaar niet in aanschouwelijke trekken, veel meer schematisch; maar dat verandert hieraan niets. Om een aan de wettelijke omschrijving beantwoordende handeling te zijn, moet ze zus of zoo zijn (een akV/stoZ-handeling, een beleedigingshandeling, enz.).

c. Zooals later zal blijken, omschrijft het rechtsfeit nu eens een handeling met een bepaald daaruit voortvloeiend gevolg, dan weer ziet het van dit gevolg af. Dit rechtvaardigt de conclusie, dat de vraag naar het oorzakelijk verband tusschen de handeling en een bepaalde verandering of toestand niet, zooals veelal geschiedt, bij het leerstuk der handeling, maar bij dat van de wettelijke omschrijving aan de orde dient te komen. Ongetwijfeld heeft iedere handeling gevolgen, maar — en dit is hier beslissend — niet steeds stelt de wet ook maar in één dier gevolgen eenig belang. Of zulks het geval is, of de wet eischt, dat ook op het uit de handeling voortvloeiend gevolg zal worden acht geslagen, daarover geeft alleen de wettelijke omschrijving uitsluitsel. We hebben ons dus alleen dan om het causaalverband te bekreunen, als de wettelijke omschrijving1) ons daarheen verwijst; wat niet steeds het geval is.

d. Doordat het „beantwoorden aan de wettelijke omschrijving" het, den strafrechter interesseerend, karakter der handeling bepaalt, is de wettelijke omschrijving ook van uitnemend belang voor het

i) De z.g.n. bijkomende voorwaarden van strafwaardigheid (zie hieronder § 31) blijven hier buiten bespreking.

Sluiten