Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en binnen bepaalde grenzen dit onrecht af te wenden. Het gaat niet aan, te beweren, dat het recht zich nimmer bij het onrecht mag neerleggen — er zijn omstandigheden, dat het recht den status quo te recht zal handhaven. Maar dat zijn uitzonderingen, die den regel bevestigen, dat een recht, dat van de handhaving van den status quo een systeem maakte, zich zelf zou vernietigen. Bij overmacht is het geheel anders. Het is in beginsel geen „onrecht", geen inbreuk op de autoriteit van het recht, zich zelf of eigen goederen niet op te offeren tot behoud van anderen of eens anders althans gelijkwaardige goederen. Hier staat recht tegenover recht. Niet alzoo bij noodweer; bij noodweer staat recht tegenover onrecht. Nu volgt hieruit nog niet, zonder meer, dat het individu zich zelf mag verdedigen of juister gezegd, dat hij voor de autoriteit van het recht mag opkomen. Maar de onderstelling van noodweer is juist deze, dat er een niet op andere wijze af te wenden wederrechtelijke aanval is. De Staat is niet bij machte hulp te verleenen, dit onheil af te wenden; handhaving van het verbod tot afweer zou neerkomen op een handhaving van den status quo, en wat meer is, ze zou een krenking van ons, ook gelouterd, rechtsbewustzijn zijn.

Daarom wordt het verweer van rechtswege toegelaten, gerechtvaardigd; niet omdat de aangerande zich zelf verdedigt, maar omdat deze ze//-verdediging rec/Ws-verdediging is1).

Lit.: Goldschmidt, Der Notstand ein Schuldproblem, 1913; Baumgarten, Notstand und Notwehr, 1911; Oetker in de Vergl. Darst., Allg. Teil, Bd. 2, blz. 328 v..

1. Art. 40 Sr. verklaart niet strafbaar hem, die een feit begaat,

Overmacht wordt hier bedoeld in den meer engeren zin van psychischen drang (vis compulsiva). Immers de absolute dwang (vis absoluta, zoowel de physieke, als de psychische) komt hier niet ter sprake. Want ingeval van absoluten dwang is er niet

§ 22.

Overmacht.

waartoe hij door overmacht

Zie Binding, Handbuch, t. a. p., blz. 730 v.

Sluiten