Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevallen, waarin de medicus geen beroep op overmacht zal kunnen doen en dus op dien grond niet straffeloos kan zijn.

Kan men dan beweren, dat de medicus vrij uitgaat, omdat hij handelt volgens de regelen vnn 7.ijn kunst? Toch zeker niet, als daaronder verstaan wordt, dat zijn operatieve verrichtingen, zonder meer, beantwoorden aan de regelen van zijn kunst en men niet tevens let op de vraag, of dit ingrijpen, hoezeer medisch correct verricht, wel medisch geboden was. Een tandarts kan onberispelijk een gezonde kies trekken, een operateur kan onberispelijk een lichaamsdeel amputeeren, zonder dat dit ingrijpen medisch noodzakelijk was.

De medische wetenschap leert wel, hoe de arts te werk moet gaan I als hij een voorop gesteld doel wil bereiken, maar daarmede is de I rechtskundige vraag of hij aldus mag'handelen, niet beantwoord. M. i. is J een a'tgjmierfe grond, die den medicus als zoodanig vrij doet * uitgaan, aanwijsbaar.

De vraag kan worden gesteld, of de handeling van den medicus metterdaad wel kan gezegd worden te beantwoorden aan de wettelijke omschrijvingvan mishandeling, (van levensberooving, vruchtafdrijving). Het belang van deze vraag springt in het oog. Want als mocht blijken, dat de medicus niet het rechtsfeit van mishandeling verwerkelijkt2), dan behoeft, ja kan, naar een anderen grond voor straffeloosheid niet worden gevraagd, wijl de ontstentenis van de reehtsfeitsverwerkelijking dan vaststaat. Nu doet zich hier een moeilijkheid voor. „Mishandeling" is niet de wettelijke omschrijving, maar is de technische benaming van een wettelijke omschrijving en een rechtsfeitsverwerkelijking, die onrechtmatig en aan de vereischte schuld is te wijten. Aanvankelijk was in art. 300 Sr. gesproken van het opzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel. Teneinde echter niet de castigatio paterna en de operatie er onder te doen vallen, koos men de uitdrukking „mishandeling". In art. 302 Sr. bleef de oude redactie gehandhaafd. Nu wijst mishandeling, op zich zelf genomen, op een „kwalijk handelen", een, door wie of wat ook, afgekeurd handelen, dat bovendien — naar het heerschend gevoelen en terecht — opzettelijk moet geschieden. Uiteraard is hiervan bij den medicus wel geen sprake. Anderzijds valt de operatieve behandeling ongetwijfeld onder de wettelijke omschrijving van art. 302 Sr.; bovendien vallen èn mishandeling volgens art. 300 Sr. èn het toebrengen van lichamelijk letsel onder „mishandeling" — het opschrift van dezen titel.

*) Zie Modderman bij Smidt, t. a.p., dl. II, blz. 469 en 470.

3) Zoo b.v. N o y o n, Inleiding No. 2, en van Dam van Isselt t. a. p., blz. 55 v S i m o n s, t. a. p., dl. I, blz. 262.

Sluiten