Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

47 s° Sr.. Er is toch • niet aanwijsbaar een wettelijke omschrijving met een passende strafbedreiging „voor het in brand steken van het huis van C, D enz."? Er is wel een gelijksoortig feit gepleegd, maar niet het concrete feit waartoe werd aangezet, schrijft Noyon. Dit is echter niet, naar ons wil voorkomen, ter zake dienende. Niet op de gelijksoortigheid, maar op de gelijkwaardigheid, komt het hier, nu elke nadere objectieve modaliteit ontbreekt, allereerst aan. En dan is wel niet te ontkennen, dat beide feiten gelijkwaardig zijn en bovendien, en dit is hier beslissend, onder dezelfde wettelijke omschrijving vallen, immers op hetzelfde, in de wettelijke omschrijving aangegeven, object gericht zijn. Voor de wet is er geen onderscheid tusschen het huis van C en dat van D, en daarom is het der wet onverschillig of men het huis van C, dan wel dat van D in brand wilde steken, mits men maar „brandstichting" wilde. Dit nu staat in casu vast, dat heeft A dus uitgelokt.

In dezen zin moet het opzet van hem, die uitlokte en van hem, bij wien uitgelokt werd, identiek zijn.

Het is niet noodig, dat het te plegen feit een doleus delict is, ook uitlokking van een culpoos delict is denkbaar, al zal het zelden voorkomen. Want noodig is toch, dat de dader gehandeld heeft met bewuste schuld; de mogelijkheid van het intreden eener wederrechtelijke rechtsfeitsverwerkelijking moet door den dader zijn overwogen maar te licht zijn geschat1).

Voor het hier vereischte opzet is onverschillig het motief, dat aan de uitlokking ten grondslag lag.

Dit is ook van belang voor de beoordeeling van de strafbaarheid van den agent provocateur, den lokbeambte. Was het opzet van dezen lokbeambte gericht op het uitlokken van strafbaar feit, dan is deze strafbaar voor voltooiing, als hij, bij wien uitgelokt werd, het feit of poging daartoe heeft gepleegd, ook al was het aan dit opzet ten grondslag liggend motief geen ander dan den dader te betrappen. Was het opzet evenwel gericht op het doen plegen van poging, doch dit stadium niet te doen overschrijden, dan is de lokbeambte straffeloos; hoewel hij, bij wien werd uitgelokt, strafbaar is wegens gepleegde poging.

Uitlokking bij poging is strafbaar, maar uitlokking van poging niet.

c. Tot dit doel, n.1. het bewegen van iemand tot het plegen van een bepaald feit, onderstelt de wet het gebruik van bepaalde middelen.

l) Zie Sim ons, t. a. p., dl. I, blz. 290; anders van Hamel, t. a. p., blz. 465 en 466.

Sluiten