Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onder invloed van Hegei's theorie stonden Abegg, Luden, K ö s 11 i n, ten deele ook Berner en Haelschner.

cef- Als een aesthetische vergelding wordt de straf beschouwd door Herbart] Allgemeine praktische Philosophie, 1808.

Onder „aesthetisch" is hier niet te verstaan, dat, wat de „schoonheid" betreft, maar heeft een veel ruimeren zin. Aesthetica is naast logica en metaphysica, dat deel der wijsbegeerte, dat zich bezig houdt met de wijsgeerige behandeling der waarden (ook de zedelijke en rechtelijke). De bron van alle waarden is gelegen in bepaalde psychische verschijnselen van het hphagea._en__mishageil. De misdaad kenmerkt zich hierdoor, dat de een aan den ander leed toevoegt. De slechte daad moet vergolden worden, want een onvergolden \ slechte daad mishaagt ons en dit mishagen moet verdwijnen. De idee der billijkheid of vergelding eischt, dat de slechte daad met een gelijk kwantum wee wordt vergolden; want als er nog iets onvergolden blijft, het delict niet ten volle vergolden is, roept dit weer opnieuw volgens het mishagen, dat het wekt, om vergelding.

Tegen deze theorie kan als bezwaar worden aangevoerd, dat zij, I eenzijdig, de zedelijke normen herleidt tot behagen en mishagen." Bovendien is ook bij deze theorie niet in te zien, waarom of hoe dit' mishagen het vergelden door den Staat kan rechtvaardigen en niet het algemeene waardeoordeel, bij de andere menschen levend, toereikend zou zijn, althans een van staatswege gegeven verklaring, zonder dat leed wordt toegevoegd.

Door Herbart zijn vooral beïnvloed Geyer en Wahlberg.

I g. In nauw verband met de absolute theorieën staat de theorie van

1/ Kohier: de exviatietheorie. Kohier zette haar uiteen o.a. in: Das Wesert der Straf e, 1888, Moderne Rechtsprobleme, 1907, Lehrbuch der Rechtsphilosophie, 2e druk, 1917. Van straf, die leed is, gaat, meende Kohier, een louterende invloed uit, want het leed, de smart, heeft een sühnende, louterende werking. De slechte daad bewerkt een vergiftiging der maatschappij, want de onzedelijkheid, die in haar ligt, dreigt de maatschappij te vernietigen. Door te straffen wordt de menschheid verzoend, getroost; die het feit pleegde wordt van zijn schuld ontheven, en van verdere slechtheid afgeschrikt. , V ooreerst is twijfelachtig of men aan het leed zonder meer, een /werking kan toekennen, als Kohier deed. Bovendien komt in 'deze theorie de waarde van het Staatsgezag en van de rechtsorde als zoodanig niet op den voorgrond te staan.

Dan, het is niet in te zien, hoe de Staat, die zich tot taak stelt de onzedelijkheid te „zoenen", zich daarin kan rechtvaardigen —

Sluiten