Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerder des te beter. Er is dus alles aan gelegen het niet tot een krenking te laten komen. Het „delict" behoeft dus in het geheel niet te worden afgewacht. Dat deze consequentie allerminst onoenjmd is, gaf ook von Liszt1) toe.

d„ Er is ook geen aanleiding om als symptoom van gevaarlijkheid een onrechtmatige handeling te eischen, want waarom zou men zulks doen ? Een op zich zelf geoorloofde handeling kan toch ook blijk geven van een misdadig voornemen.

e. Eveneens is niet als eisch te stellen, dat de „dader" schuldig heeft gehandeld. Want behalve, dat van schuld alleen daiT kan worden gesproken als er onrecht is, is de schuld niet een toereikend symptoom voor de gevaarlijkheid van hem, die met schuld heeft gehandeld. Bovendien is niet in te zien, waarom in dezen gedachtengang ook steeds op den schuldige de maatregel zou moeten worden toegepast en niet, althans in verschillende gevallen, op den nietscfiuldige (b.v. op den vader voor wat een of meer zijner kinderen hebben misdreven, en' omgekeerd op de rechtspersoon voor wat een zijner organen of zijner leden deden). •

0ok °P toerekeningsvatbaarheid kan niet meer gelet. Want op het stuk van gevaar is het van weinig aanbelang of het gevaar reigt van een normaal mensch dan van een krankzinnige, in zoover, dat in beide gevallen moet worden ingegrepen." Een onderscheiding naar gelang de al of niet toerekeningsvatbaarheid is voor de praeventie zonder belang (Ferrü). Wel kan deze onderscheiding van belang zijn voor de bepaling van den meest passenden maatregel.

g. Dat niet a priori kan worden gezegd, dat de „strafbedreiging" op een leed veroorzakenden maatregel moet luiden, ligt in de rede. want het is immers niet van te voren te /eown nf Uoriw—

wel voor het gestelde doel is aangewezen. Het is immers zeer we denkbaar, dat men met leedtoevoeging niet dat bereikt, wat toch eigenlijk het doel is der praeventie.

Aan een onderscheiding tusschen begin van uitvoering en voltooiing is met de minste behoefte, noch aan die tusschen peripherische en centrale rechtsfeitsverwerkelijking. Evenmin heeft het eerstuk van den samenloop reden van bestaan.

> En waarom zou de praeventie afhankelijk worden gesteld van bijkomende voorwaarden van strafwaardigheid? Over de vraag, of we met een gevaarlijk persoon te doen hebben, kan toch het toeval • i. hier de „niet schuldige" verwerkelijking, geen uitsluitsel geven.'

1) Aufsatze, dl. II, blz. 16, 59.

Sluiten