Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen („geheel of gedeeltelijk", art. 27 Sr.). Is bij het vonnis geen beperking gemaakt, dan geldt de toerekening den geheelen duur der preventieve hechtenis1).

d. Ze mag in aanmerking komen bij de uitvoering van de hem opgelegde tijdelijke gevangenisstraf, principale hechtenis of geldboete (eventueel vervangende hechtenis). De straffen moeten dus commensurabel zijn (niet b.v. levenslange gevangenisstraf). Bovendien is ze niet toelaatbaar bij de tuchtschoolstraf.

e. Ze kan worden gelast, bij rechterlijke uitspraak, d. w.z. bij elke uitspraak, mits ze een veroordeeling inhoudt, onverschillig of deze gewezen is in eerste instantie, in appel, in cassatie.

/. Ze kan gelden voor elke verzekerde bewaring (art. 45, 79, 86, 227 Sv.), vóór de uitspraak geleden of na de uitspraak, mits voor de tenuitvoerlegging, nog te lijden.

g. Onmiddellijke aansluiting van de preventieve hechtenis en de ten uitvoer te leggen straf is niet vereischt, behalve in geval bij gelijktijdige vervolging wegens meerdere feiten de veroordeeling wordt uitgesproken ter zake van een ander feit, dan waarvoor de veroordeelde zich in verzekerde bewaring bevindt (art. 27, lid2Sv.).

5. Wordt veroordeeling uitgesproken tot meerdere straffen, dan moet de rechter aangeven, op welke hij de toerekening wil toepassen, anders is het vonnis nietig te achten.

6. Toerekening der preventieve hechtenis wijzigt alleen de tenuitvoerlegging, niet de straf als zoodanig. Daarom blijft — en dit geldt in het bijzonder als de tenuitvoerlegging der straf zich aansluit bij de preventieve hechtenis — de straftijd een aanvang nemen op den dag der executie, zij het ook, dat de straf nu vroeger eindigt2).

§ 68.

Ambtelijke hoedanigheid.

1. Art. 44 Sr. bepaalt dat, indien een ambtenaar door het begaan van een strafbaar feit een bijzonderen ambtsplicht schendt of bij het begaan van een strafbaar feit gebruik maakt van macht, gelegenheid of middel hem door zijn ambt geschonken, de straf met een derde kan worden verhoogd.

De strekking van dit voorschrift is, om, als een ambtenaar een gewoon of gemeen delict pleegt —dus een delict, waarvan

x) Zie arr. H. R. 27 Febr. 1899, W. 7247.

2) Zie Ministrieele Circulaire van 3 Augustus 1905.

Sluiten