Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor zoover het algemeene slechts als individueel bestaan kan.

Weliswaar is dit individueele niet feitelijk voorgesteld, maar, voorzoover en wijl dit individueele logisch in de algemeenheid van het doelbegrip is vervat, is het althans ten deele voorgesteld.

Het spreekt van zelf, dat een nauwgezette vaststelling van de middelen in de minder gecompliceerde gevallen, met de overlegging samenvalt, en dus aan de beslissing kan voorafgaan ; in zoo ver is het willen van het doel van de kennis der middelen afhankelijk. Maar dit neemt niet weg, dat het doel het eerdere is van het middel, en dat dus het willen van het doel het logisch prius is.

b. De uitvoering.

Op het besluit volgt de uitvoering. Dit wekt een wilsimpuls: ik breng mijn ledematen in beweging (de z.g. willekeurige beweging). Nog is het gebeuren onderworpen aan de psychologische causaliteit. De bewegingsimpuls, dit commando, veroorzaakt een beweging; deze veroorzaking pleegt men zich te denken in een psychophysische causale orde. Alles wat hierop volgt valt in de mechanisch-causale orde. Eerst met deze wilsimpuls tot een bepaalde beweging wordt mijne werkzaamheid (reëel) causaal; eerst nu handel ik. De wilsimpuls tot een bepaalde beweging, wij herhalen het nogmaals, moet men wel onderscheiden van het willen van het doel en van het besluit met betrekking tot de wijze van verwezenlijking van het doel. Want de in het handelen onmiddellijk werkzame wil, is de wil, die tot inhoud heeft de uitvoering van een voorgestelde beweging en die krachtens onze organisatie deze beweging werkelijk teweegbrengt. Het verband tusschen deze wilsimpuls en de lichaamsbeweging is nog intern. Op het externe komt het voor het handelingsbegrip aan. Want het object van onderzoek is voor de psychologie vóór alles het interne deel van het op de buitenwereld gerichte willen, het externe is slechts iets bijkomstig, dat geheel ontbreken kan, zonder dat aan het karakter van het willen iets verandert. Voor een rugwaartsche beschouwing is het externe deel het gewichtigste: het uit het willen ontstane en in de reëele wereld tredende handelen en het daardoor veroorzaakte gebeuren. Eerst met de bewegingsimpuls krijgt het handelen haar sociale beteekenis; de zuiver innerlijke gebeurtenissen of verschijnselen zijn nu slechts voorbereiding, en het willen wekt slechts in zoover onze belangstelling, als het oorzaak van het uitwendige gebeuren is. Daarom is het zoo begrijpelijk, dat men bij de

Sluiten