Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lokking en vele gevallen van middellijk daderschap? De middellijke dader enz. is niet oorzaak, maar de manus ministra, want deze heeft — desondanks — in vrijheid gehandeld.

Deze loochening van het causaal verband doet allicht denken aan het leerstuk van de onderbreking van het causaal verband door het handelen in vrijheid van derden. Zij berust op een overschatting en wel van een vrijheid van den menschelijken wil, die als libertas indifferantiae onwerkelijk en onbestaanbaar mag worden genoemd en welke toch zeker niet in Simons een voorstander zal vinden. Het is trouwens ook niet in te zien, hoe Simons deze loochening zal rijmen met de door hem zelf verdedigde causaliteitstheorie. Is het niet de bevoorrechte positie van den menschelijken wil, dat hij ter bereiking van zijne doeleinden niet alle voorwaarden behoeft te stellen ? De middellijke dader heeft niet de voorwaarden gesteld, maar hij heeft den factor in de manus ministra gelegen, in zijn denken opgenomen en daardoor de leemten in de te stellen voorwaarden aangevuld, door de causale reeks, die van zijn «invloed» uitging op den «materieelen dader» en daarmee diens handeling in zijn denken op te nemen en te benutten. Aan de berekeningen van den middellijken dader staat de vrijheid, die op zijn minst een redelijke vrijheid is, zeker niet in den weg. Loochening van het causaal karakter in dit verband komt neer op de ontkenning van de mogelijkheid eener motivatie van den een, door motiefstelling van de zijde van een ander; iets wat, behalve door mogelijke voorstanders eener libertas indifferentiae, moeilijk kan worden geloochend. Het handelen in vrijheid van de manus ministra kan aan het causaal karakter van de werkzaamheid van de manus domina niets veranderen. Doch, wij herhalen, de vraag is niet, wie is oorzaak, maar wie is «dader». De uitlokker is geen dader, de middellijke dader wel en toch zijn beiden oorzaak. Het daderschap wordt niet beoordeeld naar het causaal verband, maar naar het (abstracte) rechtsfeit. Dader is niet alleen hij, die de handeling zelf verricht, maar ook hij, die haar doet verrichten door een ander, die niet toerekenbaar is of de subjectieve vereischten mist om als dader voor het gepleegde feit te worden aansprakelijk gesteld. Een doelverwerkelijking valt eerst dan in het centrum van het schablone, is uitvoering, is daderschap, als door dit handelen, zonder dat er nog een of meer schuldige handelingen bij te pas komen, het rechtsfeit wordt verwerkelijkt. Daarom is de middellijke dader «dader»,

Sluiten